Huis & Tuin

Hoe krijg je een gezond gazon? 8 tips voor een strak groen gazon

Kale plekken in het gazon. Plassen op het gazon na regenbuien. Gras dat snel geel wordt bij een hittegolf. Een gazon met allerlei ongewenste planten, emelten en engerlingen er in. Mos in plaats van gras. We ervaren allerlei problemen met ons geliefde gazon. Veel van die problemen zijn te voorkomen en op te lossen. En daarvoor helpt het als je weet wat je doet en waarom je dat doet. In dit artikel 8 concrete tips voor wie van een strak groen gazon houdt.

Bloemenweide of gazon?

Laat ik beginnen met zeggen dat ik persoonlijk liever een bloemenweide heb dan een strak gazon. Maar de techniek om een bloemenweide voor elkaar te krijgen is hetzelfde als de techniek om een strak groen gazon voor elkaar te krijgen, alleen dan andersom. Voor beide helpt het enorm als je de basis weet van de ecologie in en rond je gazon.

Zo krijg je een gezond gazon

Tip 1: Stop met afvoeren van voedingsstoffen
Veel mensen hebben zo’n opvangbak achter de grasmaaier hangen. Ze vangen het gemaaide gras op en gooien dat in de groene bak. Als je van een groen gazon zonder bloemen houdt, moet je dat nooit doen. Want elke bak gemaaid gras die je afvoert zit vol stikstof, koolstof, ijzer, magnesium en allerlei andere stoffen. Je bent de bodem aan het verschralen door voedingsstoffen af te voeren. Blijf je dat herhalen, dan hou je een bodem over zonder organisch materiaal en voedingsstoffen. Gras houdt van die voedingsstoffen en zal dus wegkwijnen. Veel kruidachtigen (wilde bloemen enz) houden juist van zo’n wat armere bodem. Dus onbedoeld creëer je de ideale omstandigheden voor allerlei wilde planten.

De oplossing is simpel: zet je grasmaaier op de mulch-stand, koop een mulchmaaier of saboteer de opvangbak door een plankje tussen de klep te klemmen. Als je bodem gezond is, zal het maaisel tussen het gras op de grond vallen en daar snel door het bodemleven worden opgenomen en afgebroken. Is de bodem heel ongezond, dan duurt dat de eerste keren iets langer. Maar je kweekt wel meteen extra bodemleven waardoor het na een aantal keren al steeds sneller zal gaan.

Tip 2: Maai minder kort en minder vaak
Als vuistregel kun je zeggen dat de meeste planten ongeveer net zoveel onder de grond hebben als boven de grond. Heel kort gemaaid gras heeft dus ook hele korte wortels. En met korte wortels kun je moeilijker bij voedingsstoffen of die laatste druppels water komen. Daarom zie je het gras bij mensen die hun gras vaak en kort maaien ook altijd als eerste gele plekken bij een hittegolf. Zet de grasmaaier even één of twee tandjes hoger en sla af en toe een maaibeurt over. Het gras heeft dan de mogelijkheid om wat dieper te wortelen en zal daardoor minder gevoelig worden voor hitte, droogte en voedingstekorten.

Tip 3: Maai kort voordat ongewenste planten zaad vormen
In elk gazon komen vroeg of laat wat paardebloemen, pinksterbloemen, madeliefjes en andere kruidachtigen. Daar doe je niks tegen. Maar je kunt ze wel ontmoedigen zich snel uit te breiden. Daarvoor kun je het beste goed opletten wanneer ze zaad vormen. Voor veel planten is dat in mei (maar daar zijn talloze uitzonderingen op). Als je zorgt dat je maait voordat ze zaad vormen en laten vallen, kunnen ze zich niet uitzaaien (andersom is dit de reden dat je snel een bloemenweide kunt creëren door nooit voor eind mei te maaien).

Tip 4: Gebruik geen (kunst)mest
Fabrikanten van (kunst)mest en tuincentra willen graag dat je veel bij ze koopt. Daarom lees je “elk gazon heeft voeding nodig” op de verpakking. Strikt genomen klopt dat. Elke plant heeft voeding nodig. Maar we zagen bij tip 1 al dat die voeding al in je bodem zit. Als je die niet afvoert, hoef je ook nooit voeding aan te voeren/te kopen. Als je verder leest, zie je dat de fabrikant adviseert het gras eerst héél kort te maaien zodat de gazonmestkorrels goed tot de bodem kunnen doordringen. Bij tip 2 zagen we al dat je daarmee ook de wortels van je gras inkort. Het gazon kan daardoor nauwelijks meer zelf bij voedingsstoffen die dieper zitten, maar krijgt van bovenaf wel snelle mest. De plant wordt lui en maakt vooral wortels aan de oppervlakte waar de mest gegeven wordt. Nu heb je, als een ware drugsdealer, een verslaafde gecreëerd. Je gras wordt lui en compleet afhankelijk van de gazonmest die jij 3x per jaar (want dat moet van de fabriek) koopt en geeft.

Heb je een redelijke tot goede bodem, dan is gazonmest nooit nodig. Op klei, leem enz is bemesten altijd onzin. Is de bodem waarmee je begint érg slecht, dan hoef je alleen te bemesten om de boel op gang te krijgen. Bij nieuwbouw zou dat kunnen omdat daar vaak hele slechte grond wordt aangevoerd. Of op arme zandgrond.

Kies je ervoor om wel te bemesten om je gazon aan het begin op gang te helpen en voeding in het systeem te introduceren? Let dan goed op wat je koopt. De meeste meststoffen in tuincentra zijn kunstmest. Maar dat zetten ze natuurlijk niet duidelijk op de verpakking. Ook biologische mest bestaat vaak uit allerlei rare stoffen (gemalen botten). Het is belangrijk dat je meststoffen kiest die langzaam werken. Kunstmest werkt snel, maar spoelt ook snel uit. Mest op basis van plantaardig materiaal werkt langzamer, maar wordt ook echt door de bodem opgenomen waardoor het nog jaren werkt.

Tip 5: Zaai witte klaver
De beste manier om te bemesten is met klaver. Klaver kan namelijk, via een ingewikkelde symbiose met bacteriën, stikstof uit de lucht ‘binden’ tot een vorm die bruikbaar is voor planten. Daarmee voedt de klaver zichzelf, maar ook de omgeving. En elke keer dat je de klaver maait (en mulcht) komt een deel van die stikstof, via het gevallen maaisel, beschikbaar voor je gazon. Zo kun je klaver inzetten om meer stikstof in je systeem te introduceren en van arme grond geleidelijk rijke grond te maken.

Er zijn verschillende soorten klaver. Maar in een gazon kun je het beste witte klaver kiezen. Die kan goed tegen belopen, blijft laag en verspreid zich horizontaal door je gazon zonder het gazon over te nemen.

Tip 6: Stimuleer het bodemleven: bemest de bodem, niet het gras.
Bodemleven is een beetje een ongrijpbaar begrip. Regenwormen kennen we allemaal. Maar daarnaast zit een gezonde bodem vol met micro organismen zoals nematoden (hele kleine wormpjes), protozoa (eencelligen), bacteriën en schimmels. Duizenden soorten die samen een balans vormen en veel belangrijke functies verrichten. Zo breken ze organisch materiaal af (het grasmaaisel dat je laat vallen), werken ze organisch materiaal onder (regenwormen trekken het omlaag om het door ander bodemleven te laten voorverteren en later pas zelf op te eten) en wisselen ze voedingsstoffen uit. Wist je dat schimmels voedingsstoffen waar planten niet bij kunnen voor ze verplaatsen in ruil voor suikers? Regenwormen graven allerlei kleine gangetjes door de grond en zorgen zo voor beluchting van de bodem. Verticuteren is dus niet nodig als je voldoende wormen in de bodem hebt. En zo trekken de plassen na een regenbui ook snel weg. En aaltjes (nematoden) zijn natuurlijke vijanden van emelten (larve van langpootmug) en engerlingen (larve van meikever). Dus hoe meer bodemleven, hoe kleiner de kans op plagen, hoe beter de opname van voedingstoffen en hoe beter de beluchting van de bodem.

Bodemleven stimuleer je vooral door geen gif te gebruiken, geen kunstmest te gebruiken en organisch materiaal toe te voegen. Concreet dus mulchmaaien en ook herfstblad niet weghalen, maar laten liggen of even overheen gaan met de grasmaaier. Als het organisch materiaal maar klein genoeg is, valt het wel tussen het gras bij een regenbui en kan het bodemleven aan de slag. Is dat helemaal nieuw voor je gazon, dan duurt het wat langer. Maar overal zijn die organismen aanwezig. Als je ze voedt, vermeerderen ze zich snel. Na een paar keer zal de bodem het maaisel en gehakseld blad steeds sneller opnemen. Je bemest dus nooit het gras, maar de bodem. De bodem doet de rest.

En als bonus werkt een bodem met veel organische stof als een spons. Wist je dat een procent organische stof per hectare in de bodem zo’n 170 kubieke meter water kan vasthouden? Een tuin van 10 bij 10 meter kan dus met 1% meer organische stof al 170 gieters water vasthouden in natte periodes en en loslaten bij droogte.

Tip 7: Gebruik alleen kalk als het moet en met mate
Zit je op zure grond, dan kan het helpen om kalk toe te voegen. Zure grond heb je normaal gesproken alleen op zandgrond met eiken en naaldbomen in de buurt. Dus voor de meeste lezers is dit niet relevant. Maar heb je zure grond, dan kan het nuttig zijn om eenmalig wat kalk toe te voegen aan je systeem. Zure grond kun je vaak herkennen aan indicatorplanten zoals weegbree, zuring, viooltjes. Geen van die planten is een garantie dat de ph laag is, maar wel een indicator.

Kalk zorgt er vooral voor dat de ph van de grond wat omhoog gaat (de grond wordt minder zuur) waardoor planten voedingsstoffen makkelijker kunnen opnemen. Ze nemen weinig kalk op, dus de kalk blijft grotendeels in de grond. En als je netjes maait op de mulchstand, voer je ook nooit kalk af. Dus is het nooit nodig om kalk te blijven geven. Alleen eenmalig is voldoende (de fabrikant zal iets anders beweren). Introduceer je snel opneembare kalk in een grote hoeveelheid, dan verandert de bodem zo snel dat veel bodemleven dat niet zal overleven. Je hebt dan kans dat sommige soorten de overhand krijgen en de balans in de bodem verstoort (zie tip 6). Daarom is het belangrijk alleen langzaam werkende kalk te gebruiken. Zo bestaat er schelpengruis dat uit kleine gebroken stukjes schelp bestaat. Die breken in een jaar of 3 verder af en laten hun kalk dus ook heel geleidelijk los aan de bodem.

Tip 8: Besproei je gazon niet
Als het even warm en droog is, staat ons land vol tuinsproeiers. Want vaak zie je al snel wat gele plekken in je gras. Toch is al dat sproeien niet nodig en vaak werkt het zelfs averechts. Zoals ik bij tip 2 al schreef heeft kort gras ook korte wortels. Als je die tip opvolgt en minder vaak en minder kort maait, zal je gras dus wat dieper wortelen. En zo kan het bij droogte dus ook langer bij water wat wat dieper in de bodem zit.

Als je bij droogte al snel gaat sproeien, heeft het gras geen reden om diep te wortelen. Want er komt toch wel water. Zo maak je je gazon verslaafd aan de tuinsproeier. Sproei je niet, dan moet het gras wel z’n best doen om diep te wortelen. En daardoor train je het om goed tegen droogte te kunnen. Vaak kan het prima zonder een druppel extra water zo’n droge periode overleven. En gras is sterk en heeft ook een opmerkelijke snelle hersteltijd. Zelfs als delen van het gazon geel zijn en dood lijken, zie je het vaak in een paar dagen weer helemaal herstellen en groen worden na de eerste regenbuien.

Wil je toch je gazon besproeien bij aanhoudende droogte? Wacht zo lang als je aandurft en sproei dan veel tegelijk. Laat de sproeier dan ook gewoon veel langer staan dan nodig lijkt zodat het water goed in kan trekken en ook bij de diepere wortels kan komen. En besproei daarna ook een week niet.

Laat je niks wijsmaken over je gazon

In het tuincentrum zullen ze je vast andere adviezen geven dan hier te lezen zijn. Maar zij hebben een commercieel belang. Laat je dus niks wijsmaken. In de natuur komt ook niemand 3x per jaar mestkorrels en kalk strooien. Toch groeien de planten daar helemaal vanzelf.

Het enige wat je hoeft te doen is de cyclus doorbreken. Stop met het afvoeren van maaisel en je houdt de voedingsstoffen in je tuin. Daardoor hoef je geen gazonmest meer te kopen en voedt je het bodemleven. Het bodemleven werkt het voor je onder. En doordat je meer organische stof in de bodem hebt, werkt je bodem als spons. Regen trekt snel weg en je hebt minder last van droogte. Maai niet te kort en niet te vaak. Dan hou je ook nog tijd over om van je tuin te genieten!

Remi van Beekum on LinkedinRemi van Beekum on Twitter
Remi van Beekum
Permacultuur/voedselbos @ De Hommelgaard
Permacultuur/voedselbos @ de Hommelgaard | Ondernemer @ Kiemfabriek | online communicatie voor duurzame/sociale bedrijven | gitaarmuziek | duurzaamheid | man van Cecile | vader van Emily | Eext/Drenthe