Emancipatie bij vogels: de Franjepoot!

Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Share on LinkedInShare on TumblrEmail this to someonePrint this page

In het vogelrijk komen, net als bij mensen, allerlei soorten relaties voor. Zo is er eeuwige trouw, bij onder andere ganzen en zwanen; Samen de kinderen groot brengen en dan afscheid nemen, zoals veel zangvogels; de ‘one night stand’ gevolgd door het te vondeling leggen van het nageslacht (de koekoek) en zelf de adoptie door 2 mannen van een ei en vervolgens jong door een paar vale gieren, weliswaar in gevangenschap. Over de groepsverkrachtingen bij wilde eenden hebben we het maar niet. Maar de franjepoten slaan alles. Geëmancipeerder kan haast niet.

Rosse franjepoot, vrouwtje links; Spitsbergen

Franjepoten zijn kleine, frêle waadvogels, ter grootte van een spreeuw. Ze leven veel op volle zee. In de broedtijd komen ze aan land om te baltsen, te nestelen en jongen groot te brengen. Hun naam danken ze aan de lobben aan hun poten, hoewel die niet echt op franjes lijken. Maar franjepoot klinkt sierlijker en past beter bij ze dan de naam lobpoot, dus ik klaag niet.

Er zijn drie soorten, waarvan er twee in kleine aantallen elk jaar wel in Nederland te zien zijn. Niet broedend, dat doen ze in het hoge noorden. De grauwe is grauw, met in de zomer een beetje roze; de rosse is roze rood, ook weer in de zomer. Logische namen. Alleen jammer dat de rosse in het Engels “grey (phalarope)” heet en de grauwe “rednecked”. De Duitsers doen het heel anders: die hebben het over (vertaald) Odinshoentje en Thorshoentje. Een leuke bron voor verwarring dus bij het zien van een franjepoot door een internationaal gezelschap. Buiten de broedtijd lijken ze veel op elkaar, de dikkere snavel van de rosse (die buiten de broedtijd dus net zo grauw is als de grauwe) is dan het makkelijkste onderscheidingskenmerk.

Bijzonder aan franjepoten is hun rollenpatroon. Hoewel schoonheid een relatief begrip is, weten we dat bij veel vogels de mannen mooier zijn dan de vrouwen. Dat heeft ook een functie: de mannen moeten de vrouwen het hof maken. En vrouwen hebben een goed oog voor schoonheid, dus zijn mooie mannen in het voordeel. Er zijn ook vogels waar man en vrouw gelijk getekend zijn. Spreeuwen bijvoorbeeld, of zeearenden. Dan moeten de heren andere trucs uit de kast halen om toch aan de vrouw te komen. Zang werkt dan heel goed, maar ook het aanbieden van lekkere hapjes.

Bij franjepoten is het omgekeerd: de vrouwen zijn mooier dan de mannen. En daar zijn ze bijna uniek in. Daar moeten de dames wel wat voor terug doen: zij strijden om de mannetjes en regelen vervolgens dat die gaan broeden en de kuikens verzorgen. Alleen eieren leggen doen de vrouwen nog, dat uitbesteden is nog niet gelukt. Na het leggen van de eieren, bij voorkeur in meerdere nesten van meerdere mannen, vertrekken de vrouwen weer naar het zuiden. De heren volgen pas als de jongen groot zijn.

Hoe deze uitzondering tot stand is gekomen heb ik nergens kunnen vinden. Speculaties daarover ook niet. Ik doe een poging. Als bioloog weet ik dat je in dit soort gevallen moet kijken naar het evolutionaire voordeel van de afwijking (in dit geval het omgedraaide rollenpatroon). Het zou iets met energieverdeling te maken kunnen hebben. Het leggen van eieren kost heel veel energie. Het grootbrengen van jongen evenzo. Door die taken te verdelen over de seksen wordt het extra energieverbruik dat nageslacht produceren kost eerlijk verdeeld, wat een grotere overlevingskans zou kunnen hebben. Maar waarom doen andere vogels dit dan ook niet? Dat kan weer te maken hebben met de leefomgeving. De poolzomer is kort, het leven rond de pool is zwaar. Dus juist daar zou een dergelijke geëmancipeerde relatie voordeel kunnen hebben. En misschien zijn de andere soorten die daar ook leven niet zo slim of hebben die andere oplossingen gevonden om in het poolgebied succesvol te kunnen leven. Ik sta uiteraard open voor andere verklaringen voor de bijzondere man-vrouw-rolverdeling van de franjepoten. Want bijzonder is die.

Grauwe franjepoot, Lauwersmeer

De kans op het zien van franjepoten in Nederland is het grootst aan het eind van de zomer. De grauwe wordt wat meer gezien dan de rosse. De Lauwersmeer is een goed gebied om ze tegen te komen. Vaak op grote afstand, kleine vogeltjes peddelend op meestal ondiep water, vaak in kleine groepen. In hun broedgebieden is dat anders. Ze lijken daar geen angst voor mensen te hebben. Het grootste probleem voor fotografen is dan ook dat ze te dichtbij zitten om nog scherp te kunnen stellen.

De derde franjepoot, de grote, is een dwaalgast vanuit Noord Amerika. Die is zowaar ook iets groter dan de andere twee soorten. Maar zeker even geëmancipeerd.

Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Share on LinkedInShare on TumblrEmail this to someonePrint this page
Kees Schoon on Linkedin
avatar
Bioloog/Ecoloog @ schoonhof.nl
Natuurbelever en ecologisch hobbyboer. Streeft naar duurzamer en aangenaam leven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *