Klaver

Bewust kiezen voor geluk: word je gelukkig van welvaart?

Ik weet nog dat mijn ouders in de jaren tachtig als een van de weinigen twee auto’s hadden. Voor hun werk in de gezondheidszorg waren zij hiertoe genoodzaakt. Dat was een grote uitzondering. Weinig gezinnen hadden twee auto’s. Nu hebben veel gezinnen twee auto’s en is het autobezit in 25 jaar tijd gegroeid van 5 miljoen auto’s toen naar bijna 8 miljoen nu. Ook op veel andere terreinen hebben we steeds meer welvaart gekregen. We wonen steeds groter. We hebben steeds meer spullen en apparaten tot onze beschikking. We gaan vaker en verder op vakantie. Noem maar op. Maar deze toegenomen welvaart heeft ook een keerzijde.

Welvaartsgroei

De planeet raakt langzaam uitgeput. Klimatologisch onderzoek toont aan dat de grote hoeveelheid CO2 in de atmosfeer zal leiden tot een wereldwijde temperatuurstijging in de komende eeuw. Er is nog geen overeenstemming over de hoogte van die temperatuurstijging, maar de data wijzen wel de kant op van een dreigende klimaatcrisis. In Nederland gaan we gemiddeld 13 maanden eerder dood door onze luchtvervuiling. In een hoog tempo verbruiken we onze niet herwinbare grondstoffen, zoals olie, gas en kolen. De uitputting van onze grondstoffen wordt vooral veroorzaakt door het hoge consumptieniveau van de Westerse mens. Als klap op de vuurpijl blijkt óók nog eens dat we nauwelijks gelukkiger zijn geworden sinds eind jaren 60 (zie figuur). De score op ons subjectieve geluk is van 7,4 (op een schaal van 10) in 1973 gestegen naar 7,6 in 2012. Terwijl de grootte van onze economie in diezelfde tijd meer dan verdubbeld is. Hoe kan het dat we ondanks de grote welvaartsgroei nauwelijks gelukkiger geworden zijn sinds eind jaren 60?

Geluk NIPO

Layard (2005) haalt in zijn boek ‘Happiness’ onderzoek aan waarin wordt aangetoond dat mensen in Amerika, Groot-Brittannië en Japan de laatste vijftig jaar niet gelukkiger zijn geworden, terwijl de gemiddelde inkomens meer dan verdubbeld zijn in deze periode. Er blijkt dat rijke landen gemiddeld gelukkiger zijn dan arme landen. Echter de data suggereren dat de ‘wet van afnemende meeropbrengsten’ van kracht is: des te hoger de mate van rijkdom, des te minder het gemiddelde geluk toeneemt met een toename van de rijkdom. Het draaipunt ligt tussen de US $ 10.000 en US $ 20.000 per hoofd. Verder is er goed bewijs dat we gelukkig kunnen leven met minder consumptie. Dertig jaar geleden leefden de Amerikanen en de Britten ongeveer even gelukkig met de helft aan welvaart en vandaag de dag leven de Mexicanen even gelukkig als de Amerikanen en Britten met de helft aan welvaart. Hoe kan het dat wij, ondanks een aanzienlijke welvaartsgroei in de afgelopen decennia, toch niet gelukkiger zijn geworden?

Zeven kenmerken van geluk

Binnen een grootschalig onderzoek (‘World Values Survey’) van John Helliwell (2003) van de University of British Columbia waaraan negentigduizend proefpersonen uit 46 landen deelnamen, zijn sinds 1981 vier onderzoeken uitgevoerd. In dit onderzoek rapporteerden de proefpersonen eerst hun geluk op een schaal van tien tot honderd en ze rapporteerden ook verschillende kenmerken van hun leven. Hieruit kwamen zeven kenmerken die het geluk van de proefpersonen kunnen verklaren: familierelaties, financiële situatie, werk, community en vrienden, gezondheid, persoonlijke vrijheid en persoonlijke waarden. Layard (2005) geeft aan dat de wetenschap en de technologische vooruitgang onze welvaart, kwaliteit van werk en gezondheid aanzienlijk vergroot hebben. Echter onze familierelaties, de verbondenheid en veiligheid van gemeenschappen en egoïstische waarden zijn achteruitgegaan. Ons geluk hangt boven alles af van de kwaliteit van onze relaties met andere mensen.

Habituatie

Een andere belangrijke reden waarom we niet gelukkiger zijn geworden, ondanks de aanzienlijke welvaartsgroei, komt voor uit het principe van habituatie. Mensen zijn erg goed in het aanpassen aan omstandigheden. Habituatie is erg belangrijk als het gaat om de aanpassing aan slechte omstandigheden. Zo kunnen we ons op den duur weer gelukkig gaan voelen als we bijvoorbeeld ons been kwijt raken. Echter het mes snijdt aan twee kanten. We passen ons ook redelijk snel aan, aan onze positieve levensomstandigheden, zoals een groot huis, een dure auto of een verre vliegreis. We moeten hier steeds meer van hebben om even gelukkig te blijven. Er zijn echter ook zaken waar we nooit helemaal aan wennen, zoals seks, vrienden, getrouwd zijn, kwaliteit en zekerheid van werk (Layard, 2005). Om gelukkig te zijn kan het van belang zijn dat mensen zich op die gedragingen richten die blijvend gelukkig maken.

Sociale vergelijking

Sociale vergelijking is ook debet aan het verminderen van ons algehele geluksniveau. Onze tevredenheid met ons inkomen wordt voor een groot deel bepaald door de vergelijking met andere mensen. De onderzoekers Solnick en Hemenway (1998) vroegen aan mensen of ze liever 50.000 dollar wilden verdienen als iedereen verder gemiddeld 25.000 dollar verdient of dat ze liever 100.000 dollar wilden verdienen en andere mensen gemiddeld 250.000 verdienen. De meerderheid koos voor de eerste, de optie waarin ze absoluut dus de helft minder verdienen, maar ten op zichte van andere het dubbele. Dit onderzoek beschrijft het verschijnsel van ‘Keeping up with the Joneses’. Bijvoorbeeld, mensen kijken wat hun buren voor auto voor de deur hebben staan en willen dan een grotere auto dan hun buren. Ze hebben niet werkelijk de behoefte aan deze auto, maar willen gewoon niet onder doen. Dit mechanisme zorgt voor het teniet doen van het geluksgevoel van meer inkomen in het Westen. Om deze materie te kunnen bekostigen, moet er namelijk wel meer gewerkt worden, maar men wordt alleen maar ongelukkiger van dit vele werken. Dezelfde tijd kan namelijk niet geïnvesteerd worden in de kwaliteit van onze relaties.

Eenzijdige nadruk op materie

Habituatie en het sociaal vergelijken (de ratrace) hebben er onder andere voor gezorgd dat we niet gelukkiger zijn geworden ondanks onze flinke toename in welvaart. In deze postmodernistische tijd wordt er een eenzijdige nadruk op materie en het ik gelegd (Van Egmond, 2010). Hierdoor blijven we ons bovenmatig richten op het vergaren van materiële goederen en houden we er een hoog consumptieniveau op na. Voor dit consumptieniveau moeten we hard werken, waardoor we minder tijd over houden voor onze familierelaties, de verbondenheid en veiligheid van gemeenschappen achteruit gaat, onze egoïstische waarden toenemen en we een grotere druk op de aarde leggen. Als wij ons meer bewust worden van de mechanismen van habituatie en sociaal vergelijken, dan zouden we kunnen inzien dat wanneer we ons minder richten op materiële zaken en meer op de kwaliteit van onze relaties, we ons gelukkiger zouden voelen. Dit zou ook tot gevolg hebben dat ons materiële consumptieniveau zou dalen en hierdoor zou onze samenleving duurzamer worden.

Wat maakt ons gelukkig?

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat mensen niet goed weten wat hen gelukkig maakt. (Lyubomirsky, 2007). Geluksstudies zouden kunnen helpen om mensen hierover te informeren. Een gevaar is dat mensen wordt opgedrongen wat hun gelukkig maakt en dat ze hun gevoel van autonomie kwijtraken. Een gepaste afstand is dan ook belangrijk. Deelname aan gelukseducatie zou dan ook vrijwillig moeten zijn. Verder zou de vraag wat een mens gelukkig maakt open moeten staan voor een constant publiek debat. Immers elke tijd legt zijn eigen accenten op de vraag wat een mens gelukkig maakt. Maar het debat zou wel openlijk moeten worden gevoerd en niet overgelaten moeten worden aan partijen, zoals de reclamewereld, die er een dubbele agenda op nahouden. Tevens is een gedeelte van het menselijk geluk universeel. Het gedeelte van het geluk dat tussen mensen verschilt, mag zeker niet beknot worden. Het is van belang om in te zien hoe groot je invloed op het eigen geluk werkelijk is. Uit onderzoeken (Lyubomirsky, 2007) naar één- en twee-eiige tweelingen kan geconcludeerd worden dat we met een bepaalde aanleg voor geluk worden geboren, die we van onze ouders hebben geërfd. 50% van ons geluk ligt vast in onze genen. Verrassend genoeg kan slechts 10% van de variatie in geluksniveau verklaard worden uit verschillen in leefomstandigheden: het doet er niet zo veel toe of we rijk of arm zijn, gezond of ongezond, mooi of lelijk, et cetera. Het blijkt dat ons bewuste gedrag de overige 40% van ons geluk bepaalt.

Twaalf activiteiten die leiden tot duurzaam geluk

Volgens Lyubomirsky (2007) bestaat er niet één magische strategie die ons allen gelukkig maakt. We hebben allemaal onze eigen behoeften, interesses, waarden, mogelijkheden en neigingen, waardoor sommige wel en andere niet geschikt voor ons zijn. Uit onderzoek blijkt (Lyubomirsky, 2007) dat onder andere de volgende twaalf activiteiten mensen blijvend gelukkig kunnen maken: dankbaarheid tonen, optimisme cultiveren, niet tobben of sociaal vergelijken, vriendelijk zijn, sociale relaties koesteren, coping-strategieën ontwikkelen, leren vergeven, flow-ervaringen versterken, geniet van het leven, engagement voor je doelen, praktiseren van geloof en spiritualiteit, en zorgen voor je lichaam.

Kiezen voor geluk

We kunnen concluderen dat wanneer we serieus rekening houden met geluksstudies, we ons minder zouden richten op het vergaren van materie, aangezien leefomstandigheden maar een kleine invloed hebben op het algehele geluk van de mens. Het gevolg zou zijn dat de hoogte van onze materiële consumptieniveau afneemt, waardoor ons gedrag duurzamer wordt. Kiezen voor geluk en het publieke debat hierover aangaan, kan een goede bijdrage zijn aan een duurzamere toekomst!

Bronnen:

  • Egmond, van, E. (2010). Een vorm van beschaving. Zeist: Uitgeverij Christofoor.
  • Helliwell, J. (2003). How’s life? Combining individual and national variables to explain subjective well-being. Economic modelling, 20, 331-360.
  • Layard, R. (2005). Happiness, lessons from a new science. London: Penquin Books.
  • Lyubomirsky, S. (2007). De maakbaarheid van het geluk. Een wetenschappelijke benadering voor een gelukkig leven. Amsterdam: Uitgeverij Archipel.
  • Solnick, S en Hemenway, D. (1998). Is more always better? A survey on positional concerns. Journal of Economic Behaviour and Organisation, 37, 373-383.

Credits featured image: Umberto Salvagnin, licentie: CC BY (Commercieel hergebruik, inclusief aanpassing)

Michiel Hobbelt on Twitter
Michiel Hobbelt
Geluksexpert @ Duurzaam Geluk
Michiel Hobbelt is sociaal psycholoog en geluksexpert, trainer en onderzoeker bij organisatieadviesbureau Duurzaam Geluk (Utrecht).

2 reacties op “Bewust kiezen voor geluk: word je gelukkig van welvaart?”

  1. Een aantal jaren geleden las ik een boek waarin een onderzoek werd aangehaald naar het geluksgevoel van landen. In dat onderzoek kwam naar voren dat mensen gelukkiger zijn in landen waar de inkomensverschillen kleiner zijn, dan in de landen waar de inkomensverschillen groter zijn. Dat ging zowel op in rijke landen als in arme landen.
    Ik weet alleen niet meer in welk boek ik dat gelezen heb of welk onderzoek het was. Weet jij dat toevallig? Of heb je onderzoek wat dat onderschrijft of ontkracht?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.