Huis & Tuin

Zelf een bijenhotel maken dat écht goed werkt; stappenplan en veel uitleg

De afgelopen jaren is het tot veel mensen doorgedrongen dat het slecht gaat met veel wilde/solitaire bijensoorten en andere insecten. In een poging een steentje bij te dragen willen veel mensen zelf een insectenhotel of bijenhotel maken. Zelf bouwde ik er inmiddels al aardig wat en ben ik me ook gaan verdiepen in de levens van bijen. Ik leerde wat werkt en wat niet. Mijn nieuwste bijenhotels zijn flink anders dan de insectenhotels die ik jaren geleden maakte. In dit blog leg ik uit hoe je een écht goed bijenhotel maakt waar wilde solitaire bijen in je omgeving echt wat aan hebben.

Wil je (bijna) alles weten of alleen de samenvatting?

Dit is een longread. Je leest hierin een hele hoop over solitaire bijen en nesthulp in de vorm van bijenhotels. Inclusief een flink aantal foto’s. Wil je alleen de samenvatting met instructies hoe je zelf een goed bijenhotel maakt? Scroll dan naar het einde. Daar vind je een puntsgewijs lijstje met tips hoe je een bijenhotel kunt bouwen. Wil je alles weten? Lees dan hier verder.

350 soorten bijen

We hebben in Nederland zo’n 350 soorten bijen. De meesten nestelen in zand of leem onder de grond. Slechts zo’n 18% van de bijen nestelt altijd bovengronds en 11% nestelt soms bovengronds en soms onder de grond. Samen zo’n 100 soorten. Een deel daarvan maakt ook gebruik van nesthulp. De bijen die bovengronds nestelen, doen dat bijvoorbeeld in holle plantenstengels en gangen in oud hout. Van nature ontstaan die bijvoorbeeld, doordat een dode boom in een bos ligt. Kevers knagen er soms gangen in. En die kunnen later weer gebruikt worden door bijen.

Een dode boom doet, zowel als hij nog (deels) rechtop staat, als daarna dienst als natuurlijk insectenhotel.

Omdat er veel te weinig dode bomen in onze bossen en zeker in tuinen en parken zijn, hebben dat soort bijen moeite om geschikte nestplek te vinden. Door een bijenhotel te bouwen, kun je die soorten een handje helpen. Niet alle bovengronds nestelende soorten zullen daar gebruik van maken. Maar een flink deel wel.

Een insectenhotel of een bijenhotel?

Insectenhotels en bijenhotels zijn populair. Dat is op zich goed. Maar er wordt een hoop rommel verkocht en verkondigd. In winkels verkopen ze vaak insectenhotels die er leuk uit zien, maar die niet of nauwelijks werken. Zelf maakte ik een paar jaar geleden ook gecombineerde hotels voor allerlei soorten insecten. Maar naarmate ik me er meer in ben gaan verdiepen, ben ik daar vanaf gestapt. Vooral om praktische redenen. Een bij wil bijvoorbeeld een zonnige plek op het zuiden. Een oorwurm wil juist een schaduwrijke plek uit de felle zomerzon. Een pissebed wil donker en vochtig. Maar vocht kan een bron van schimmels zijn, en daar kunnen bijenlarven slecht tegen. En in die vakjes voor vlinders heb ik nog nooit een vlinder gezien. Als een pissebed slaapt in de nestgang voor een bij, dan poept hij daar ook, en wil er geen bij meer in. Kortom: De wensen van veel insecten combineren slecht met elkaar. Vandaar dat ik nu aparte nest- en schuilmogelijkheden maak voor verschillende soorten insecten. In dit blog gaat het puur over een hotel voor solitaire bijen.

Een goed bijenhotel

In de basis is een bijenhotel heel simpel: Blokken hout met gaten erin op een zonnige plek. Meer is er feitelijk niet nodig. Je zou dus een stammetje, blok, plank o.i.d. kunnen nemen, daar een flink aantal gaten in kunnen boren, en dat op een plek in de zon kunnen leggen. Zo’n blok hout met gaten noem je een ‘nestblok’ voor bijen. Als er voldoende bloeit in de buurt, heb je daarmee al een grote kans dat er bijen in komen nestelen.

Dit plankje van douglas/lariks moet wat schaduw aan de voet van een klimplant geven. Ik boorde er een paar gaten in die al snel door metselbijen gebruikt zijn.

Om de kans op succes nog wat te vergroten, kun je een huisje, kist, dakje of hotel om de blokken hout heen maken. Dat helpt vooral om de nestblokken wat uit de ergste regen en wind te houden. En door het op palen te zetten kun je er zelf makkelijker bij en is het voor pissebedden, oorwormen enz moeilijker om bij de boorgangen te komen.

Hoe je dit precies maakt, maakt weinig uit. Je kunt een enkele dakpan schuin op een nestblok maken en dat op een zonnige plek zetten. Of een oude kast hergebruiken. Of zelf een bak timmeren. Zelf liet ik een aantal planken van lokaal hout op maat zagen bij de lokale houtzagerij. Die zette ik als een vierkant in elkaar met een kruis in het midden. De achterkant maakte ik dicht met planken. Zo heb ik een bijenhotel met vier vakken. Door hem met een punt omhoog tegen twee palen te schroeven, lijkt het een ruit. Daar kan ik de nestblokken in stapelen. Aan de muur van ons huis maakte ik een klein bijenhotel van één vak in dezelfde stijl. Maak je hotel niet te groot. Hoe groter het bijenhotel, hoe makkelijker je het parasieten en roofdieren maakt. Beter is het om meerdere kleine bijenhotels te maken.

Bijenhotel van 70 bij 70 cm aan een muur op het zuiden. Nog maar deels gevuld met nestblokken zodat ik af en toe kan aanvullen voor spreiding tussen soorten in het jaar.

Geschikt hout voor je bijenhotel

In boeken over bijen lees je vaak dat hard hout van bijvoorbeeld eiken of beuken het beste is. Harder hout heeft als voordeel dat het minder snel splijt. Als een boorgang gespleten is kunnen bijen hun vleugels beschadigen. Dus slaan ze die gang over. Maar hard hout heeft als nadeel dat het veel lastiger boren is. Dus meer werk en meer kans op kapotte boortjes.

Zelf gebruik ik een allegaartje van houtsoorten. Het is eigenlijk maar net wat ik heb liggen of waar ik aan kan komen. Van de houtzagerij kreeg ik wat mooie stevige blokken eikenhout. In de schuur vond ik nog wat douglas/lariks hout. Bij mijn ouders nam ik wat blokjes hout uit de voorraad van de open haard. En bij het bouwen van een pergola bleven wat stukken kastanjehout over. En zelfs een stuk panlat van vurenhout voldoet. Ik heb wel een voorkeur voor de hardere en gemiddeld harde houtsoorten.

Ondanks dat sommige bronnen beweren dat uitsluitend harde houtsoorten voldoen, is het mijn ervaring dat alle houtsoorten die ik tot nu toe gebruikt heb gewoon door bijen gebruikt worden om te nestelen. Ik zie geen duidelijke voorkeuren of verschillen in gebruik door bijen en succes. En dat is ook heel logisch in de natuur zijn ook niet alleen perfect gevormde gaatjes in perfect hard hout. En er zijn veel verschillende soorten bijen met allerlei voorkeuren. Dus een beetje diversiteit in zo’n hotel kan zeker geen kwaad.

Het is wel belangrijk om onbehandeld hout te gebruiken. Geïmpregneerd of geverfd hout zal niet door bijen gebruikt worden om te nestelen.

Gebruik je vers hout? Laat het dan eerst een tijdje goed drogen voor je begint met boren. Bij het drogen ontstaan vaak barsten. Die wil je niet door je boorgangen hebben. Wacht je tot het hout mooi droog is, dan kun je op de juiste plekken boren.

De levenscyclus van solitaire bijen
Over de levenscyclus van bijen zijn hele boeken geschreven. Ik zal hier alleen een kort-door-de-bocht-samenvatting geven. Er zijn veel soorten bijen die soms een variant op deze cyclus hebben. Een individuele bij leeft vaak maar een week of 4 tot 6 als bij. Veel soorten hebben maar één cyclus per jaar (sommigen twee). Omdat ze niet allemaal op hetzelfde moment tevoorschijn komen, zijn veel soorten dus een week of 6 tot 8 per jaar te zien. De soorten bijen die je in april ziet, zijn dus meestal andere soorten dan die je in juli ziet.

Links op de foto zie je een bijtje komen aanvliegen

Bij veel soorten komen de mannetjes eerst tevoorschijn. Na een paar dagen volgen de vrouwtjes. Meestal volgt de paring snel en zijn de mannetjes daarna nutteloos. De vrouwtjes zoeken geschikte nestplek. Als ze een boorgang in een bijenhotel uitkiezen, gaan ze als volgt te werk: Ze verzamelen stuifmeel en soms een beetje nectar en stoppen dat als voorraadje achterin de gang. Vervolgens leggen ze een eitje in/op de stuifmeelvoorraad.

Daarna metselen ze een muurtje om de eerste cel af te sluiten. Zo’n cel is afhankelijk van de soort ongeveer 1 cm lang. Dat herhalen ze tot de gang vol is. Een boorgang van 15 centimeter kan zo in theorie ook 15 nestcellen bevatten. Sommige soorten laten voorin een cel leeg (een vestibule) om eventuele roofdieren of parasieten in de war te brengen. Vaak metselen ze de gang aan het einde dicht, maar sommige soorten doen dat ook een stukje dieper. Daardoor moet je soms goed kijken of een gang al bezet is. Als de gang vol is, beginnen ze een nieuwe. Soms kan het wel een paar dagen duren voor een gang af is. De bij slaapt meestal in de gang waar ze mee bezig is en schuilt er ook bij slecht weer.

Goudwespen zijn (ondanks deze wazige foto) prachtige beestjes. De goudwesp parasiteert op andere soorten die de nesthulp gebruiken. Als die even weg zijn om stuifmeel te halen leggen ze stiekem een eitje in hun nestgang. Vaak zitten ze een beetje te wachten op hun kans en zijn ze daarom makkelijk te zien.

Bijen kiezen zelf per ei of ze het bevruchten of niet. Zo kiezen ze per eitje of er een mannetje of een vrouwtje uit komt. Meestal wordt de achterste helft van de boorgang voorzien van dochters en de voorste helft van zoons. Als een specht de voorste paar cellen leeg eet, is dat voor de soort niet zo’n probleem. Een paar mannetjes kunnen immers een hoop vrouwtjes bevruchten.

Hoe de cellen van elkaar gescheiden worden, is afhankelijk van de soort. Metselbijen gebruiken bijvoorbeeld vaak leem of ijzerhoudend zand om mee te metselen. Behangersbijen gebruiken stukjes blad die ze van planten afknagen. Verder zijn er soorten die steentjes en andere materialen gebruiken.

Bij veel soorten komen de eitjes al na enkele weken uit. De larve eet vervolgens de voedselvoorraad op en verpopt zich. Veel soorten overwinteren als pop en komen het volgende jaar pas uit. Maar er zijn ook soorten die als eitje of als volledige bij (imago) overwinteren.

Solitaire bijen steken niet

Bijen zijn angeldragers, een onderorde van de orde van de vliesvleugeligen. Ze kunnen dus, net als mieren en wespen, steken. Toch doen ze dat niet of zeer zelden. Daar zijn twee redenen voor:

  • Veel bijensoorten zijn veel kleiner dan de bekendere ‘gewone wesp’ en de ‘honingbij’. Veel soorten zijn zo klein dat ze met hun angel niet kunnen doordringen in onze huid. Zelfs als ze zouden proberen te steken, lukt het niet.
  • Maar er is een belangrijker reden dat solitaire bijen niet steken: ze zijn solitair. Een bij die steekt neemt een groot risico zelf te overlijden en dan zijn de genen verloren. Bij sociale soorten, zoals de honingbij en hommelsoorten ligt dat anders. De koningin zorgt voor de voortplanting. De rest kan dus risico nemen om de koningin en de kolonie te beschermen. Bij wespen (de vleesetende neven en nichten van de bij) ligt het net zo. De bekende gewone wesp is sociaal en kan steken. Maar de meeste wespensoorten (vaak klein en onopvallend) zijn solidair en steken niet. Hommels (ook bijen) zijn erg zachtmoedig van aard en steken niet snel. Maar soms nestelen ze in een vogelhuisje. Bij de ingang kunnen een paar bewakers zitten die wel kunnen steken als je aan hun nest gaat rommelen.

Een bijenhotel trekt alleen solitaire bijen, dus is compleet veilig. En dat maakt het bijvoorbeeld ook voor kinderen een perfecte manier om de natuur te observeren en te leren over insecten. Je kunt gerust vlak voor het hotel staan en bestuderen hoe de bijen metselen, behangen, stuifmeel aanslepen en zonnen. Als je net komt aanlopen zijn ze vaak even in de war en houden ze wat afstand. Maar als je een paar minuten stil blijft staan/zitten, gaan ze weer door met hun werk en kun je genieten.

Deze bij kijkt uit de nestgang voordat ze wegvliegt om bloemen te zoeken.

De diameter van de boorgangen voor bijen

Er zijn veel soorten solitaire bijen. Sommigen erg klein, anderen behoorlijk groot. Elke soort heeft een andere voorkeur qua diameter van de boorgang. Er zijn soorten die al nestelen in gangen van 2 tot 4 mm. En er zijn soorten die 10 tot 12 mm fijn vinden. De meeste soorten nestelen in gangen van 6, 7 of 8 mm.

Wil je snel succes, dan kun je het beste vooral boorgangen van 6 tot 8 mm boren. Voor de diversiteit kun je alles van 2 tot 12 mm boren. Eventueel kun je in de gaten houden welke maten het meest worden gebruikt. Zie je schaarste in een bepaalde diameter? Dan boor je gewoon even een extra blokje hout met gaten in die maat. Vergeet niet dat de meeste soorten maar een maand of 2 aanwezig zijn. Dus de gangen die in mei populair zijn, kunnen van een andere maat zijn dan die in augustus bevlogen worden.

In dit nestblok van eikenhout heb ik gaten geboord van 10 mm (boven) tot 4 mm (onder). Wie goed kijkt ziet midden bovenaan een gang van 9 mm met wat brandschade. Daar werd de boor toch even te heet. Zonde. En net rechts van het midden zie je twee gangen waar de ingang ruw is. Dat komt doordat het centerpuntje van mijn 6 mm boortje er ineens af knapte.

Het boren van de boorgangen voor bijen

Het boren van de gangen is een precies klusje. Maar ook de essentie van een goed bijenhotel. Die kist in elkaar schroeven is zo gedaan. Maar honderden gaten boren is veel meer werk en luistert ook nauwer.

Bijen houden niet van rafels, barsten en ruwe randen. Dus je moet netjes boren. Diepe boorgangen zijn beter, omdat de eitjes helemaal achterin dan lekker veilig liggen. Als je wilt kun je speciale slangenboren kopen waarmee je wel 15 of 20 cm diep kunt boren. Ik raad aan dat alleen te doen als je er ook goed gereedschap voor hebt. Bijvoorbeeld zo’n kolomboormachine die precies recht boort. Heb je dat niet, dan heb je grote kans dat die dure slangenboren snel stuk gaan.

Met gewone houtboortjes kan het ook. Je boorgangen worden dan iets minder diep. En dat is niet ideaal, maar wel een stuk makkelijker en betaalbaarder. En in minder diepe gangen komen ook gewoon bijen nestelen.

Sommige mensen boren alleen dwars op de nerf omdat je dan minder kans hebt op scheuren in het hout. Ik boor gewoon hoe het uitkomt en heb weinig last van barsten.

Leg je hout plat, klem het vast en boor horizontaal. Zo voer je zaagsel makkelijker af.

Ik leg het hout horizontaal en boor ook horizontaal. Zo komt het boorsel makkelijker uit de gang. Het beste kun je de boor tijdens het boren af en toe even uit de gang halen zodat het zaagsel er makkelijk uit kan. Anders heeft je boor moeite het zaagsel weg te voeren en lopen de gangetjes in je boortje snel vol hout. Ze worden dan heel warm en je krijgt brandplekken in het hout. Als je boor te warm wordt, wordt het metaal wat zacht en meestal is je boor dan meteen bot. Met als gevolg dat je harder moet werken en je boor nog heter wordt. Boor je gehaast, dan krijg je altijd dat soort problemen. Het beste kun je dus steeds rustig boren en tijdens het boren meerdere keren even heen en weer gaan om zaagsel kwijt te raken. Gebruik een bankschroef of lijmklemmen om je hout goed vast te zetten bij het boren. Ik boor vaak 5 of 6 gaten met een boortje en wissel het dan om voor een andere maat zodat het kan afkoelen.

Af en toe een paar blokjes

Wil je een bijenhotel van enig formaat helemaal vol maken met nestblokken, dan zul je honderden, wellicht zelfs duizenden gaten moeten boren. Een mooi klusje in de winter als er weinig in de tuin te doen is. Maar je kunt het ook anders aanpakken. Vul je nesthulp bijvoorbeeld voor de helft. Kijk vervolgens wat er gebeurd. Komen er snel bijen op af? Welke soorten zijn het? En welke maten boorgangen worden het meest gebruikt? Vul vervolgens af en toe aan door een paar extra blokjes te boren met vooral gaten in de maten die schaars beginnen te worden. Zo verdeel je je werk in een langere periode. En voorkom je dat enkele bijensoorten die vroeg vliegen je kast al vol hebben voor de latere soorten opduiken.

Dit nestblok van eikenhout zat al bijna vol na een paar weken.

Nestblokken gaan vaak een jaar of 3 mee. Dus je zou ook met drie vakken kunnen werken en elk jaar een vak kunnen vullen. Na drie jaar leg je de oudste blokken ergens in de schaduw. Zo kunnen de eitjes/larven/bijen die er nog in zitten wel uitkomen, maar zullen er geen nieuwe eitjes in gelegd worden. Die 3 jaar is een richting. Check de blokken en kijk of ze slecht beginnen te worden, schimmelen of vies zijn en bijen ze niet / weinig meer gebruiken.

Bamboe, riet, vlier, en andere holle stengels

De basis van een goed bijenhotel bestaat dus uit blokken hout met gangen. Maar je kunt dat ook aanvullen met holle stengels. Denk aan bamboe, riet, vlier enz. Sommige soorten knabbelen de merg zelf uit de stengel. Anderen hebben liever stengels die al hol zijn.
Het is wel belangrijk om stengels te kiezen die van achteren dicht zijn. Bamboe zaag je daarom bij voorkeur af vlak na een knoop. Heb je meerdere knopen in je stukje bamboe, boor dan alle knopen open, behalve de laatste.

Je kunt die holle stengels in veel tuinen wel vinden. Zelf laat ik ze liever staan in de winter en maak ik de tuin niet ‘winterklaar’. Want er kan al van alles in nestelen.

Soms zie je ook stenen, met of zonder gaten, in een bijenhotel. Die worden zeer zelden gebruikt om in te nestelen. Maar bijen zijn koudbloedig en hebben dus vooral ‘s morgens warmte nodig om op gang te komen. Daarom leg ik vaak een steen tussen de nestblokken. De bijtjes die ‘s nachts in een nestgang geslapen of geschuild hebben, kruipen vaak ‘s morgens naar zo’n steen en gaan daar lekker zitten zonnen voor ze aan hun drukke werkdag beginnen.

Locatie voor een bijenhotel

De ideale locatie voor een bijenhotel is op het zuiden. Zo komt er voldoende zon op het hotel zodat de koudbloedige bijen zich kunnen opwarmen ‘s morgens. En de zon zorgt dat het hout droogt als er regen is geweest. Dat voorkomt schimmelvorming. De ideale hoogte is 50 tot 200 cm. Net even van de grond dus.

De omgeving van je bijenhotel

Solitaire bijen vliegen maar een klein stukje van hun nestplek. Want, in tegenstelling tot sociale bijen als honingbijen en hommels, hebben ze geen collega’s die het nest beschermen tegen parasieten, insluipers en roofdieren. Vaak vliegen ze niet meer dan zo’n 100 meter van de nestplek. Dat betekent dat ze dus voldoende nectar (vooral voor eigen energie), stuifmeel (vooral voor de larven die uit de eitjes komen) en nestmateriaal moeten vinden binnen 100 meter van je hotel.

Deze bij zit even uit te rusten en op te warmen in de zon.

Ook over planten voor bijen zijn boeken volgeschreven. Dat zal ik hier niet doen. Maar denk tenminste aan:

  • Voldoende bloei in een zo lang mogelijk seizoen
  • Voldoende verschillende plantengroepen met verschillende bloemtypen
  • Nestmateriaal als leem of ijzerhoudend zand

Zit je op schraal zand, dan zou je wat leem in de buurt van het hotel kunnen neerleggen. Hier ligt een schrale zandlaag op een leemlaag. Om de bijen te helpen heb ik pal onder het hotel een bergje leemhoudend zand gelegd. En verderop heb ik een stapelmuur gemaakt met veel leemhoudend zand erin.

Welke bijen kun je verwachten in een bijenhotel?

Er zijn allerlei soorten die gebruik kunnen maken van een bijenhotel. Daar zijn hele boeken over volgeschreven (bvb Gasten van Bijenhotels van Pieter van Breugel). Je hebt een grote kans al snel bezoek van de Rosse metselbij en de Gehoornde metselbij te krijgen. Maar ook Maskerbijen, Klokjesbijen en Tronkenbijen maken gebruik van dit soort nesthulp. Net als behangersbijen als de Tuinbladsnijder en de Grote bladsnijder.

Maar ook sommige solitaire wespen maken gebruik van de nestblokken. Zoals Spinnendoders, Graafwespen en Metselwespen.

En zowel bij bijen als wespen bestaan flink wat koekoekssoorten. Soms lijken die erg op de soort waarop ze parasiteren. Hun aanpak lijkt op die bij de vogelsoort: Als een ijverige bij of wesp een broedcel aan het vullen is met stuifmeel glippen ze snel naar binnen en leggen een eitje in de broedcel. Als ze succes hebben, doodt hun larve het ei of de larve van de nestbouwer.

Je bijen en hun eitjes en larven beschermen

Een goed gevuld bijenhotel zit aan het eind van de zomer propvol proteïnen. Vooral stuifmeel bevat veel eiwit. De larven eten dat op en zijn voedzaam en dus populair bij vogels. Vooral spechten zijn berucht. Met hun lange tong kunnen ze erg diep in de boorgangen. Toen wij een grote bonte specht zagen op ons bijenhotel bleek die in korte tijd al zeker een kwart van de gangen in het hotel gegeten te hebben.

Een Grote bonte specht heeft even heerlijk zitten snacken. Dat gaat erg snel. Rechts zie je dat er allemaal stuifmeel uit een nestgang is gevallen.

Om dit in de toekomst te voorkomen heb ik gaas voor het hotel gespannen op een frame dat ik eraf kan halen. Het gaas zit een centimeter op 5 van de houtblokken af.

Dit gaat zit een centimeter of 6 a 7 van de nestblokken en andere nesthulp af. De maaswijdte is 12,5 mm. Voldoende om spechten tegen te houden. Eigenlijk wil ik nog gaas van 20 mm vinden want ik heb het idee dat sommige wat grotere bijensoorten er nu lastiger in komen.

Samenvatting: Zo bouw je een goed bijenhotel

  • Neem blokken onbehandeld hout van verschillende soorten, het liefst vooral hard of gemiddeld hard hout.
  • Boor een hoop gaten van 3 tot 12 mm, met vooral veel gangen van 6 tot 8 mm.
  • Boor netjes. Voorkom rafels, brandplekken, splinters en barsten.
  • Diepe boorgangen zijn beter. 15 cm is ideaal voor grotere diameters. Maar kortere gangen worden ook gewoon gebruikt.
  • Je kunt ook aanvullen met holle stengels van bamboe, riet, vlier enz. Zorg wel dat ze achteraan dicht zijn.
  • Zorg dat de blokken op het zuiden liggen, uit de ergste regen in de zon. Bijvoorbeeld door er een kist of ander ‘hotel’ omheen te timmeren.
  • Zorg voor voldoende dracht binnen zo’n 100 meter van je bijenhotel. Denk aan bloei in verschillende periodes en verschillende bloemtypen met zowel stuifmeel als nectar.
  • Zorg voor voldoende nestmateriaal in de buurt. Denk aan leem, ijzerhoudend zand.

Meer weten / verder lezen over bijenhotels

Op basis van bovenstaande uitleg zou je een heel aardig bijenhotel moeten kunnen bouwen dat in bijna alle omstandigheden gebruikt zal worden. Wil je meer weten over de bijen die in van een bijenhotel gebruik maken? Van bijen in het algemeen? Of van het leven van deze mooie en nuttige beestjes? Dan kan ik deze bronnen aanraden:

Gasten van Bijenhotels – Pieter van Breugel
Prachtig boek van 486 pagina’s over de Nederlandse bijen die gebruik maken van bijenhotels. Van Breugel beschrijft in detail een flink aantal soorten en hun leven. Hij legt uit hoe we bijen kunnen helpen met nesthulp en beplanting. Een echte aanrader voor wie alles wil weten over de bijen in bijenhotels. Gratis online te lezen, maar als boek wel fijner.

Uitleg van Colin Purrington
Deze serie tweets en dit blog van Colin Purrington (Engels) geeft een goede uitleg over bijenhotels en wat er wel en niet werkt.

De Bijenstichting en het Bijen Educatiecentrum
De Bijenstichting zet zich in met educatie, beïnvloeden van overheidsbeleid en aanleg van bijenlinten voor honingbijen, wilde bijen en hommels. In hun Bijen Educatiecentrum geven ze cursussen. Sommigen zijn gratis en online te doen. Anderen zijn op locatie en tegen een schappelijke vergoeding.

Remi van Beekum on LinkedinRemi van Beekum on Twitter
Remi van Beekum
Permacultuur/voedselbos @ De Hommelgaard
Permacultuur/voedselbos @ de Hommelgaard | Ondernemer @ Kiemfabriek | online communicatie voor duurzame/sociale bedrijven | gitaarmuziek | duurzaamheid | man van Cecile | vader van Emily | Eext/Drenthe