Permacultuur ontwerp windsingel voor beschutting, insecten en voedsel

Wil je beschutting creëren in een tuin, dan denk je al snel aan een haag of bij een grotere tuin aan een windsingel. Meestal heeft zo’n haag maar één functie: wind tegen houden. Maar wie als een permacultuur-ontwerper denkt, vindt dat niet genoeg. Zo’n haag kan namelijk ook eten produceren, habitat vormen voor vogels, nectar verzorgen voor bijen, stikstof binden voor je moestuin, waardplanten bevatten voor vlinders, hakhout produceren voor een houtkachel en de algehele biodiversiteit vergroten. Om een paar voorbeelden te noemen. Onlangs verhuisde ik naar een plek waar de wind veel invloed heeft. Om beschutting te creëren en daarmee de temperatuur in mijn tuin zo’n 2 graden te laten stijgen, ontwierp ik een lage windsingel op basis van die permacultuur-principes. Hier mijn ontwerp.

De situatie

In Nederland waait het meestal uit het zuidzuidwesten of westzuidwesten. De bomenrij langs de voetbalvelden helemaal links op de foto loopt richting wzw. Ten westen en ten zuiden van de velden is het grotendeels open landschap (weiland). Dus de wind kan makkelijk ten zuiden van de voetbalvelden waaien richting ons huis.

Dichterbij wordt de wind wat geblokkeerd door de twee huizen ten zuiden van ons huis. Maar daartussen is het open. Precies de wind die richting het midden van de tuin en de achterkant van het huis komt (donkerblauw). De kant bij het hunebed links van ons huis is een stuk luwer (lichtblauw):

Het ‘probleem’

De wind heeft

  • veel effect op de slecht geïsoleerde muren van het huis. Daardoor liggen de stookkosten hoger dan zou kunnen;
  • veel invloed op met name het midden van de tuin. En die zone willen we (door de zonnige ligging) juist inrichten voor voedselproductie en luwte kan 2 a 3 graden schelen;
  • invloed op de westkant en de noordkant van de tuin. Die zones willen we inrichten als voedselbos, gericht op een combinatie van voedselproductie en biodiversiteit.

Als we de wind vanuit het zuidwesten remmen/verminderen, heeft dat dus veel positieve effecten.

Windsingel

De oplossing ligt voor de hand. Een windsingel langs de zuidgrens van het terrein. Hier in donkergroen de locatie van de singel:

Aan de oostkant van de singel, bij het huis, staat een grote (bijna 100 jaar oude) eik. Daar loopt de grond vanaf het huis ongeveer 1,5 meter omlaag over een afstand van 4 a 5 meter. Op onderstaande foto zie je het gat tussen de twee huizen. Deze foto is gemaakt achter ons huis richting het zuidwesten. De wind heeft vrij spel tegen de achtergevel van het huis en het midden van de tuin.

Functies windsingel

Nu wordt het leuk. Wat moet de singel allemaal doen? We bedachten de volgende functies:

  • Wind tegenhouden, lang bladhoudend in herfst (ook tegen vorstschade in vroege voorjaar)
  • Zichtlijnen richting buren blokkeren, contact met buren is leuk, maar bij elkaar naar binnenkijken wat overdreven
  • Bloesemboog (zo lang mogelijk altijd ergens iets in bloei voor insecten, met speciale aandacht voor hele vroege en hele late bloeiers)
  • Waardplanten voor vlinders (rupsen) en bijen
  • Habitat voor vogels (voor de gezelligheid, maar ook om meststoffen te verspreiden en als preventie tegen eikenprocessierups)
  • Stof van de zandweg in droge periodes tegenhouden
  • Zelfonderhoudend, dus o.a. met stikstofbinders erin en geen/nauwelijks snoeiwerk
  • Voedsel voor ons

Andere wensen:
Deze kant nodigt ook uit tot ‘contact’ met wandelaars (hunebed) en buren. Daarom willen we de singel zo laag mogelijk en/of willen we er lagere delen in om ‘over de heg’ te kunnen praten.

  • Esthetiek; het mag er best leuk uit zien
  • Kindvriendelijk (niet té veel stekels en giftige bessen)
  • Laag genoeg om voldoende zonlicht de tuin in te krijgen (de singel ligt op het zuiden en we willen zo veel mogelijk wind en zo min mogelijk zon blokkeren)

Lengte windsingel

Onder de eik bij het huis staat een meidoornhaag van ongeveer 2 meter hoog tot de rand van de kroon. Die kan makkelijk wat hoger groeien en aansluiten bij de eik. Vanaf daar tot het eind van de tuin is 57 meter. De laatste 4 meter is een houten hek. De singel moet dus 53 meter lang worden.

Hoogte windsingel

De tuin is zo’n 26 meter breed. Dus als we wind een beetje schuin op de tuin komt zal deze maximaal zo’n 30 meter afleggen tot de noordkant. Daar staan bomen en struiken van de buren. Een windsingel zal de wind met 50% verminderen in een gebied 7 tot 8 keer de hoogte van de singel. Hij moet dus ongeveer 4 meter hoog worden als we verder geen bomen planten (a). Maar struiken en bomen verderop zullen de luwte verlengen (b).

Bron: Creating a forest garden – Martin Crawford

Hier een pril en ruw ontwerp van de indeling van het hele terrein achter het huis. Het westelijke deel zal grotendeels voedselbos worden. Het deel voor de schuur zal opener zijn en de moestuin, kippen, zitplek e.d. bevatten. Wellicht maak ik later nog eens een blog over het ontwerp van ons voedselbos.

De singel hoeft dus niet overal even hoog te zijn:

  • 1,5 meter waar het open deel ongeveer een derde van de tuin is
  • 2 meter waar het open deel ongeveer de helft van de tuin is of waar een overgang is
  • 4 meter waar de ruimte grotendeels open is
  • 5 meter hoog dichtbij huis (isolatie huis zelf)

Daarmee kom ik op de volgende (ideale) hoogtes:

  • eerste 10 meter: 5 meter hoog. Focus op wind
  • volgende 5 meter: 4 meter hoog. Focus op wind
  • volgende 20 meter: 3 meter hoog. Focus op zicht
  • laatste 16 meter: 2 a 3 meter hoog. Focus op zicht

Dikte singel, plantdichtheid en aantal planten

Ik kan geen hele duidelijke literatuur vinden over hoe dik de singel moet zijn. Bronnen spreken elkaar tegen. Maar één rij dik lijkt me een risico bij uitval en sowieso wat dun. En drie rijen lijkt me overdreven. Dus ik ga voor twee rijen met een afstand van 50 centimeter tussen de rijen.

Kleinere struiken kunnen 0,6 tot 1 meter uit elkaar geplant worden (Crawford, 104). Met een dubbele rij lijkt me een meter afstand goed. De andere rij staat dan in verstek op 50 cm.

Een snelle rekensom:
53 meter * 2 rijen, * 1 meter per plant = ± 106 planten
Dat is zonder eventuele extra klimmers of bodembedekkers.

Spreiding plantsoorten in de singel

Voor biodiversiteit is het leuk om veel verschillende planten door elkaar te mixen. Dat geeft ook de meest natuurlijke uitstraling. Maar met die aanpak loop je ook het risico dat dominantere soorten de minder snel groeiende soorten zullen wegconcurreren. Omdat ik elke soort bewust kies vanwege functies als bloeimoment, voedselproductie enz, wil ik dat ze het ook allemaal halen. Daarom plant ik elke soort in een groepje. Meestal vier tot zes planten die twee tot drie meter windsingel vormen. Zo heb ik de grootste kans dat de bloesemboog ook daadwerkelijk werkt.

Grondsoort en voeding

We hebben zandgrond. Het is vrij droog. Op termijn wil ik dat oplossen door regenwater van de daken van ons huis en de schuur niet op het riool te lozen, maar in de tuin op te vangen. De bodem is verder erg schraal. Ze hebben hier ooit afgeplagd om een weg op te hogen. Er zit eigenlijk nauwelijks voeding in. Dus daar is werk aan de winkel (biomassa toevoegen, creëren, stikstof binden, mineralen uit de diepe lagen halen enz). Ook is de bodem hier zuur. Ik heb wat ph tests gedaan en kwam op ph’s tussen 4,5 en 5,5. De meeste planten kunnen veel makkelijker voedingsstoffen opnemen bij een ph boven de 6. Dus voor het voedselbos doe ik een eenmalige ingreep met kalk (ostrea zeeschelpenkalk). De achterste 10 meter blijven zuur (bosbes, salal, aardbeienboom, gagel). Dan een stuk van 20 meter met een lage dosis kalk (50 gram per vierkante meter). In het midden 15 meter met hoge dosis kalk (100 gram per vierkante meter). Dan nog een stuk met lage dosis richting huis. De windsingel loopt daarin mee.

Plantenkeuze voor windsingel

In totaal kozen we 22 soorten en 32 cultivars. Elke plant vervult natuurlijk meerdere functies. De planten aan de oostelijke helft houden allemaal wind tegen en zijn soms groenblijvend of houden blad lang vast. De planten in de westelijke helft hebben minder wind te verduren en moeten vooral zichtlijnen blokkeren en stof van de zandweg tegenhouden. Een aantal groepen planten wil ik hier even toelichten:

Planten voor de bloesemboog
In april en mei staan de meeste tuinen vol bloemen. Dan bloeien ook de meeste fruitbomen die bestoven worden door allerlei insecten. Ik wil die insecten al eerder in de tuin hebben en langer in de tuin houden. Eigenlijk wil ik dat er in onze tuin altijd voldoende te eten is voor ze zodat ze de tuin niet uit hoeven. Deze planten helpen me daarbij:

  • Corylus / Hazelaar – bloeit in januari en februari al en levert lekkere nootjes
  • Cornus mas / Gele kornoelje – bloeit in februari en maart al, levert eetbare bessen
  • Prunus spinosa / Sleedoorn – bloeit in maart en april al, levert eetbare bessen
  • Amelanchier alnifolia / Krent – bloeit in maart en april al, levert eetbare bessen
  • Salix rosmarinifolia / Rozemarijnwilg – bloeit van maart tot mei en wilg is een uitstekende bijenplant.
  • Rhamnus / Vuilboom – misschien wel de koning van de bijenplanten, bloeit onopvallend, maar veel en lang van mei tot oktober!
  • Hedera helix / Struikklimop – Hedera is erg belangrijk voor insecten in de herfst, ik koos hedera helix omdat die netjes op z’n plek blijft als struikje, bloeit in oktober en november
  • Elaeagnus x ebbingei / Zilverbes – bloeit in oktober en november

Planten voor stikstof
Omdat we een hoop voedsel willen produceren, planten we veel hongerige planten. En omdat ik geen zin heb om telkens alle appel-, peren- en pruimenbomen van (paarden)mest te voorzien, kies ik voor een duurzamere, natuurlijkere en minder tijdrovende oplossing: stikstofbinders.

Stikstofbinders zijn planten die een symbiose aangaan met schimmels in de bodem. Die schimmels kunnen stikstof uit de lucht halen en in een voor planten verteerbare variant aanbieden aan de plant. In ruil daarvoor krijgt de schimmel van de plant suikers die de plant met fotosynthese kan maken. De meeste planten kunnen dat niet en zijn voor stikstof dus afhankelijk van andere planten die dat wel kunnen of mensen die met kruiwagentjes mest komen aanrijden. Aangezien je in het bos nooit iemand met een kruiwagen met mest ziet om de bomen te voeden, kun je concluderen dat de natuur dat prima zelf kan regelen. Vandaar de stikstofbinders. Heb je een windsingel op het westen, oosten of noorden of een erg grote tuin. Plant dan elzen langs de rand. Die groeien erg snel en binden veel stikstof dat via het blad in de herfst je hele tuin in waait. Niet harken! Omdat ik met de restrictie qua hoogte zit, koos ik de volgende stikstofbinders:

  • Elaeagnus umbellata / olijfwilg – niet groenblijvend, maar erg kort zonder blad. Eetbare bessen. Mooie dichte haag voor de wind.
  • Elaeagnus x ebbingei / zilverbes – groenblijvend. Eetbare bessen. Mooie dichte haag.
  • Elaeagnus multiflora / langstelige olijfwilg – niet groenblijvend Eetbare bessen. Mooie dichte haag voor de wind.
  • Caragana arborescens / Siberische erwtenstruik – prachtige struik om te zien, de ‘erwten’ kun je gebruiken als vervanger van linzen, bijenplant
  • Hippophae rhamnoides / Duindoorn – eetbare bessen, mooie haag (op een plek waar stekels er minder toe doen), habitat voor vogels
  • Alnus viridis / Bergels of groene els – Deze els wordt slechts 3 tot 5 meter hoog. Nadeel is dat hij in Nederland nergens te koop lijkt. Ik ben er nog niet achter waarom.

De stikstofbinders staan verspreid door de hele singel. De Elaeagnussen vooral in het deel waar de meeste wind is. Zo voeden ze de hele singel, en met hun blad een deel van de rest van de tuin met stikstof.

Voeding voor ons
De meeste eetbare planten hebben we in het voedselbos staan. Maar je kunt in een windsingel ook prima eetbare planten kwijt. Een elaeagnus is bijvoorbeeld stikstofbinder, een goede dichte haagplant én levert eetbare bessen. Hier nog een paar eetbare planten in onze windhaag.

  • Crataegus / meidoorn – Meidoornbessen zijn eetbaar. Wel een cultivar kiezen want de inheemse meidoorn is eetbaar maar niet lekker
  • Corylus / hazelnoot – Lekker! Meerdere soorten kiezen voor bestuiving. Inheems kan, maar draagt minder vrucht dan cultivars geselecteerd op vrucht.
  • Sambucus Nigra / Europese vlier – Mooie bloemen, vlierbloesemsap, en vlierbessen.
  • Sambucus Canadensis / Amerikaanse vlier – Hetzelfde als de Europese, maar dan twee maanden later. Zo heb je een extra lang vlierbloesemseizoen.
  • Cornus mas / Gele kornoeltje – Prachtige plant, eetbare bessen.
  • Prunus cerasifera / Kerspruim – Deze prunus zit tussen de Sleedoorn (een soort oer-prunus) en de gecultiveerde prunussen (pruim e.d.) in. Wat zuur om zo te eten, maar erg leuk om bijvoorbeeld ‘gin met een smaakje‘ mee te maken.
  • Amelanchier alnifolia / Krent – Lekkere krentjes. Ook goed voor de vogels.

Complete plantenlijst windsingel

Voor de liefhebbers hier de complete plantenlijst inclusief cultivars, bloeiperiodes, hoogtes enz, zoals ik die heb gemaakt voor ons ontwerp:

Of bekijk de volledige plantenlijst via deze link.

Meedenkers

Dit ontwerp was niet gelukt zonder mijn Permacultuur Design Course bij Katharine Hone en Stefan Hanstede. Hun input, maar ook de gesprekken met mijn cursusgenoten hebben erg geholpen. Ook bezoekjes aan foodforest Ketelbroek en gesprekken met voedselbos-enthousiastelingen uit het noorden hebben bijgedragen. En een eerdere versie van het ontwerp heeft in een voedselbossengroep op facebook nuttige aanvullingen en feedback gekregen. Zo’n ontwerp begint bij ‘Creating a food forest’ van Crowford, maar komt tot bloei door in de modder te staan en te praten met anderen.

Aanplanten en observeren

Op papier staat de windsingel nu. De meeste planten heb ik inmiddels gekocht bij Arborealis en Eetbaargoed en in de grond. Een paar planten mis ik nog, maar die verwacht ik de aankomende weken te kopen en te planten. Daarna is het wachten geblazen. Of eigenlijk observeren en vertroetelen van de planten. Want natuurlijk heb ik ergens iets over het hoofd gezien, gaan er wat planten door, zit er een plant tussen die zich anders gedraagt dan ik dacht of gebeurt er iets anders. We zullen zien :-)

Remi van Beekum on LinkedinRemi van Beekum on Twitter
Remi van Beekum
Ondernemer @ Kiemfabriek
Ondernemer @ Kiemfabriek | online communicatie voor duurzame/sociale bedrijven | gitaarmuziek | duurzaamheid | permacultuur/voedselbos de Hommelgaard | vader van Emily | man van Cecile | Eext/Drenthe | INTP

23 reacties op “Permacultuur ontwerp windsingel voor beschutting, insecten en voedsel”

    1. Goede vraag. Ik ben ondertussen ook het voedselbos ernaast aan het aanleggen en bij sommige kwekers koop ik planten voor beide. Maar ik schat dat er zo’n € 700,- in de singel gaat. Een hoop geld. Dus een paar opmerkingen.

      1) Ik heb een mooi stuk land, maar het is niet oneindig. Ik geloof zo’n 1250 vierkante meter voor voedselbos + singel. Daarom heb ik er voor gekozen relatief veel eetbare planten en cultivars in de singel te planten. Als ik het zelfde project op een dubbel zo groot stuk land zou doen, zou ik meer inheemse planten in de singel zetten omdat ik in het bos voldoende plek heb voor de eetbare planten. Dat is beter voor de biodiversiteit en een stuk goedkoper.
      2) Heg&Landschap heeft mooi inheems plantgoed voor singels met subsidie. Die zijn daardoor erg goedkoop, maar dan krijg je de planten inheems en per 25 stuks. In mijn geval (ruim 100 planten) zou ik dan maar 4 soorten kunnen planten. Dat is nauwelijks divers en dan lukt de bloeiboog ook niet. Op een groter stuk zou ik zeker overwegen daar planten aan te vragen.
      3) Ik ben ongeduldig. In de permacultuur leer je natuurlijk om eerst een jaar te observeren. En je zou een hoop planten ook zelf kunnen vermeerderen. Maar als ik eerst een jaar ga observeren en vervolgens van elke plant 1 koop en zelf ga vermeerderen, duurt het zeker 3 jaar langer voordat ik windprotectie heb. Volgens een Chinees gezegde (alle gezegden komen uit China lijkt wel) plant je een boom niet voor jezelf maar voor je kinderen. Maar ik heb eigenlijk wel zin om aan de slag te gaan en ook zelf nog wat te oogsten ;-)
      4) Sommige planten kun je bij de ene kweker iets goedkoper krijgen en anderen bij een ander. Dus als je per plant de goedkoopste uitzoekt, kun je wellicht lager. Maar dan moet je dus wel extra kosten maken om ze te laten opsturen of zelf al die kwekers bezoeken. Ik heb het gros bij Arborealis gekocht en zelf opgehaald. Verder aangevuld met wat planten van Halesia, Eetbaargoed wat zaailingen uit de tuin van mijn ouders (spork, gelderse roos, en ook berk die ik hier en daar als offerboom gebruik). De groene els bleek erg lastig en komt uit Duitsland (Eggert) samen met de Italiaanse els voor het bos.

  1. Wat een interessant blog. Ik zit nu net zelf in de ontwerpfase en wil het najaar de windkering aanplanten ;)
    Hoe gaat het inmiddels met je windkering? En wat is je na de aanplant opgevallen/meegevallen/tegengevallen?

    1. Hoi Kim. Dank!

      De windkering staat nu zo’n 7 maanden. De meeste planten zijn goed aangeslagen. Er is één vlier doodgegaan, de rest leeft. Maar eigenlijk zijn ze net begonnen wat te groeien. Dus wind houden ze nog niet tegen.

      In het linker deel staan voornamelijk planten die wel snel zouden moeten groeien. Daar verwacht ik vanaf een jaar of drie wel effect op de wind te merken. Zo’n eerste jaar zijn die planten toch vooral bezig een goed wortelgestel te maken en zicht goed te vestigen. In het tweede jaar gaan ze meer groeien en in het derde zullen ze in elkaar groeien. Daarna gaan ze natuurlijk verder de hoogte in.

      De krent gaat natuurlijk langzaam. Maar daar staan ze ook om bekend. En wat ik onderschat heb ik het effect van de eik aan de rechter kant. Dat is een wat jongere eik (30 jaar schat ik) die net buiten ons perceel staat, vlak bij de windsingel. Die houdt veel wind tegen, maar de gemeente heeft de onderste takken eraf gehaald dus er gaat wind onderdoor. Ik heb daar o.a. de groen els, de rozemarijnwilg en de spork geplant. Maar die eik drinkt daar de grond leeg waardoor met name de rozemarijnwilg het moeilijk heeft. De els gek genoeg minder. Nou was het wel een erg droge periode (hier op de hondsrug hebben we veel minder regen gehad dan de rest van het land in mei). Dus hopelijk kunnen die goed wortelen en het redden daar. Zo niet, dan moet ik daar vervangende planten bedenken later.

      En we hebben de grond tussen de singel een flinke laag houtsnippers als mulch gegeven. Dat geeft voeding op de arme grond hier en houdt vocht vast. Werkt prima. Enige nadeel is dat de hanenpoten de mulch ook gebruiken om zich in te verspreiden. Die probeer ik nu in te dammen met Geranium macrorrhizum. Hopelijk werkt dat.

      Dan de bloeiboog. Omdat de planten nog klein zijn zitten er ook weinig bloemen aan. Maar ze bloeien wel netjes op verschillende momenten en trekken toch ook allemaal wel wat insecten aan. Ik denk dat dat prima gaat werken over een paar jaar als ze meer dracht hebben!

      Succes met jouw windkering!

      1. Bedankt voor de uitgebreide reactie, ontzettend interessant om deze praktische ervaringen te lezen!

        En het geeft me aan het denken gezet, vooral met betrekking tot de bloeiboog (ik had tot dusver een meer simpelere windkering met minder verschillende soorten in mijn hoofd). En ik ga ook verder nadenken over het gebruik van alleen duur voedselbosplantgoed voor de windkering of wellicht een mix met ook wat inheems bosplantsoen.

        1. Ik denk dat die vraag heel erg te maken heeft met de beschikbare ruimte die je hebt.
          – Heb je een groot perceel, dan kun je de bloeiboog in je windsingel verwerken met (grotendeels) inheemse en vaak ook wel goedkope planten. Je hebt immers voldoende plek voor een voedselbos.
          – Heb je minder plek, dan heb je wellicht ruimtegebruik om alle voedselbosplanten in je voedselbos kwijt te kunnen. Dan kun je een deel eetbare planten verwerken in je windsingel.

          Maar bedenk wel dat je ze daar dicht op elkaar plant. De singel moet immers in elkaar groeien tot een soort haag die veel wind tegen houdt. Planten zullen daardoor minder ruimte hebben om uitbundig te groeien en veel oogst te produceren. En het is lastiger die oogst ook daadwerkelijk te oogsten. In onze singel staan meer bomen en struiken dan in ons voedselbos. Dus qua kosten tikt dat ook best aan. Terwijl we in ons voedselbos veel meer te oogsten hebben straks. Dus dat is wel een afweging.

  2. Hi Remi, dank voor dit zinvolle blog! Ik ben zelf ook naarstig op zoek naar groene els. Je geeft aan de deze in Eggert te hebben gekocht. Heb je een naam van een kweker/leverancier? Alvast bedankt!

    1. Hoi Karin.
      Dank je. Ik heb ze uiteindelijk gekocht bij Baumschule Eggert: https://www.eggert-baumschulen.de/
      Samen met twee Italiaanse elzen (Alnus cordata). De bezorging was snel en veilig verpakt. Door de enorme droogte hebben ze het wel allemaal moeilijk. Maar dat kun je elzen op zandgrond met zulke zomers eigenlijk niet kwalijk nemen.
      Groeten Remi

        1. Ja dat klopt. Maar het is mij destijds niet gelukt het in Nederland te vinden. Ik heb trouwens de indruk dat we in Nederland geluk hebben met de prijzen bij kwekers. Ik heb wel vaker dingen opgezocht in omliggende landen en kom dan altijd een stuk duurder uit. Zowel in Duitsland, Zwitserland als Engeland. Maar wellicht zoek ik niet goed. Mocht je ergens goedkoper aan Groene of Italiaanse Els kunnen komen, dan hoor ik het graag!

  3. Dag Remi,

    Heel erg bedankt voor dit blog! Leerzaam en inspirerend om te lezen en een leuke manier van schrijven heb je. Fijn om te lezen dat je echt in detail gaat qua plantkeuze en je afwegingen en achtergrondinformatie.

    Hoe kan ik erachter komen hoe ‘slecht’ een gecultiveerde versie is voor biodiversiteit? En hoe ‘goed’ is een inheems versie en hoe inheems is inheems eigenlijk?
    Bijvoorbeeld de “Amelanchier alnifolia /Krent” die je noemt zie ik op voedselbos.eu meerdere varianten. Kies jij dan verschillende als je het hebt over 4-6 plantjes naast elkaar of maak je uiteindelijk een keuze voor één inheemse/cultivar?

    Groet!
    Bastiaan

    1. Hoi Bastiaan,

      Dank voor de complimenten!

      Tja, dat zijn lastige afwegingen die niet heel zwart-wit te beantwoorden zijn. Voor de biodiversiteit is het altijd beter om inheems en het liefst zelfs autochtoon te planten. Een voorbeeld over autochtone planten: meidoorn is inheems in zo’n beetje heel Europa. Maar een meidoorn hier heeft een beetje andere genen dan een meidoorn in Roemenië. Maar kwekers in Oost-Europa kunnen wat goedkoper kweken, dus worden hier veel Oost-Europese planten verkocht. Die zijn ‘inheems’, maar hebben wel andere genen dan de autochtone planten hier. En dus kunnen ze iets minder aangepast zijn aan de omstandigheden.

      Inheemse planten zijn beter voor veel insecten en dieren door co-evolutie. Samengevat: planten en dieren in een gebied hebben miljoenen jaren samen geëvolueerd en zijn dus optimaal op elkaar ingesteld. Planten verdedigen zich tegen vraat door allerlei bittere smaakjes en giftige stofjes. Telkens als een plant een nieuwe verdediging ontwikkelt, passen sommige rupsjes, luizen, larven enz zich daaraan aan. Vaak is dat heel specifiek. Een bepaalde groep diertjes weet de verdediging van een bepaalde groep planten te omzeilen. Het gevolg van miljoenen jaren evolutie op die manier is dat er dus allerlei diertjes bestaan die zo gespecialiseerd zijn, dat ze bepaalde planten nodig hebben om te overleven. Vandaar dan inheemse planten voor de biodiversiteit zo belangrijk zijn.

      Een uitzondering daarop vormen veel bestuivers. Want planten willen graag bestoven worden. Dus over het algemeen verdedigen ze hun bloemen niet en zijn alle bestuivers welkom. Daarom kan een uitheemse plant erg waardevol zijn voor hommels, solitaire bijen en vlinders. Maar als je goed kijkt zul je vaak minder rupsen, larven, torren enz zien.

      Hoe ‘slecht’ een gecultiveerde versie van een inheemse plant is, is lastig te zeggen. In veel gevallen zal het verschil klein zijn. Een mooi voorbeeld is een roos. Een roos heeft altijd 5 blaadjes. Hondsroos, rimpelroos enz worden druk bezocht door hommels en solitaire bijen en smaken heerlijk in bijvoorbeeld de thee. In tuincentra zie je dubbelgevulde rozen vol blaadjes. Die zien er vaak prachtig uit, maar de extra bloemblaadjes zijn gemuteerde meeldraden. En er is door de kwekers geselecteerd op kleur en vorm. Het gevolg is dat een bij niets meer heeft aan zo’n roos. Ze kunnen er niet eens in komen en als ze er in zouden komen, vinden ze nauwelijks/geen nectar en stuifmeel. De bloemblaadjes smaken ook nergens meer naar dus zijn waardeloos voor de thee. Dat maakt de roos een mooi voorbeeld van het nadeel van gecultiveerde planten. Maar bij bijvoorbeeld een krent heeft de kweker niet geselecteerd op een mooie bloem, maar op een lekkere vrucht. Daar zal het nadeel klein zijn.

      Tot zover de biodiversiteit. Bovenstaand ontwerp is een compromis. Vanuit de permacultuur gedachte wil ik meerdere functies combineren. In deze haag wilde ik zowel eten voor mezelf als wind tegenhouden en de biodiversiteit versterken. Zou je puur inheems gaan of zelfs puur autochtoon/ongecultiveerd, dan blijft er weinig eten over. De lijst inheemse Nederlandse planten die eetbaar zijn is best klein en saai. Zelfs appels en peren zijn feitelijk ingeburgerde uitheemse planten. Dus zie je in de lijst een aantal uitheemse planten staan en een aantal gecultiveerde versies van inheemse planten.

      Die gecultiveerde versies dragen vaak meer vrucht, lekkerdere vruchten of zijn minder ziektegevoelig. Hoe groot die verschillen zijn hangt echt van de soort af. Bij vlier zou je bijvoorbeeld best voor ongecultiveerd kunnen kiezen. Die dragen ook prima. Hazelaar draagt ongecultiveerd vaak ook prima, maar gecultiveerd net wat meer en met net wat minder kans op plagen zoals de hazelnootboorder. Bij gele kornoelje krijg je echt grotere vruchten bij cultivars. Voor de krent koos ik ook gecultiveerde soorten.

      De groepjes die ik plantte zijn vaak 4 tot 6 planten van een soort. Meestal koos ik daarvoor 2 cultivars. Soms 1 soms 3. Ik schat dat ik 80% ook van Arborealis heb. Dat is echt een goede, betrouwbare en prettige kwekerij met goede planten voor een voedselbos. Toevallig heb ik de krenten elders gekocht. Succes met je keuzes!

      Tot slot is context en budget ook wel belangrijk. Bovenstaande singel loopt langs ons voedselbos. In het voedselbos staan vooral planten die we willen eten. Daar krijgen ze de ruimte. In de singel hebben ze weinig ruimte en is het lastiger oogsten. Maar de singel is relatief duur omdat er zo veel planten zo dicht op elkaar staan. Er valt dus wat voor te zeggen om in de singel goedkopere ongecultiveerde planten te planten en daar minder te oogsten om budget vrij te houden voor het voedselbos ernaast.

      Veel plezier met je keuzes!

      Groeten Remi

  4. Hi Remi,

    Dankjewel voor het uitgebreide antwoord. Daar kan ik heel veel mee en ga ik ook heel veel mee doen.

    Voor mij is permacultuur, voedselbos, bostuin en agroforestry compleet nieuw, maar het voelt zo goed. Pas een paar jaar geleden ontdekte ik mijn interesse in de natuur wat nu een obsessie is geworden. Ruim een jaar lees ik her en der iets en groeit het mij allemaal boven het hoofd en doe ik er concreet weinig mee. Tot ik jouw blog tegenkwam en tot laat in de avonduren je posts heb gelezen en antwoorden die je geeft. Het boek van Martin Crawford heb ik gisteren direct besteld en die is net binnengekomen. Wat een fantastisch boek! Ik woon ook in Drenthe, op 1700m2 vlakbij de Duitse grens ter hoogte van Emmen. Geëmigreerd uit de randstad dacht ik dat dat veel grond was, maar dat blijkt nu best mee te vallen :-). Een groot deel van het terrein is ook nog eens een omgekeerde paardenbak, dus geel zand boven. Daar heb ik vier jaar niets aan gedaan en dat is een prachtig bos geworden van berken en wilgen, hele mooie onkruiden (elk jaar verschillende overigens) en prachtige mossen. Heel graag wil ik dit omtoveren tot een Alice in Wonderland – Hof van Eden – lokaal paradijs-bostuin. De uitdaging zal gaan zitten in de grond goed krijgen maar ook de grenzen van het perceel goed krijgen qua windkering, suntrap etc. Hopelijk ga ik dat leren uit het boek en jouw artikelen.

    Groeten Bastiaan

    1. Hoi Bastiaan,

      Wat ontzettend leuk. Welkom in Drenthe ;-) Ik woon hier ook pas twee jaar, dus ben zelf ook nog import, al woonde ik hier voor in Groningen en daarvoor in Overijssel.
      Zit je daar ten oosten van Emmen op veengrond? Of is dat ook zand? Hier op de hondsrug hebben we arme zure zandgrond. Ik vermoed dat dat niet veel beter is dan een paardenbak ;-) Dus we steken hier veel tijd en moeite in grondverbetering. Ik probeer overal organisch materiaal vandaan te halen om de grond te verbeteren. Houtsnippers van een boomverzorger (ik schat inmiddels 40 kuub), bladeren uit bladkorven in het najaar, snoeiafval van buren enz. Sowieso leg ik een dikke laag mulch rond bomen en struiken om de bodem lokaal gezonder te krijgen. Dat helpt enorm. We merken dat we nu in het tweede seizoen veel minder water hoeven te geven en veel meer voeding en bodemleven in de bodem hebben. Al verwacht ik dat dat pas over een jaar of 5 echt goed begint te worden.
      Ik verwacht in september weer een rondleiding te organiseren hier. Zie https://www.hommelgaard.nl/ Je bent welkom dan.
      En je zou nog even contact met de NMF Drenthe kunnen opnemen. In 2018 en 2019 was er een voedselbossen werkplaats (samen met Fryslan en Groningen). Dat zou in 2020 weer zijn, maar is door corona uitgesteld. Ik hoop dat we weer gaan starten in 2021. Dat is een leuke groep mensen die met voedselbossen bezig zijn in de regio. Bij elkaar kijken en leren enz.
      Groeten Remi

      1. Bedankt voor het welkom, al woon ik hier inmiddels al bijna 12 jaar. Grond heb ik niet zo heel veel verstand van. Volgens mij zand. Maar dieper, op 60 -100 cm, zit een leeg veengrond. Hoe heet dit dan qua grondsamenstelling? De grond trilt helemaal door als je springt. Geen idee of dat goed is voor planten en bomen. Qua zand heb ik in de oude rijbak geel zand en de rest van het perceel zwart zand. Grond noemen ze dat dan weer. Ik weet nog niet of dat dan ook zand is. Of dat dat gele zand wel zand heet. Het is in ieder geval geen scherpzand wat je gebruikt voor metselen en ook geen geel zand wat je gebruikt onder straten.

        Inmiddels vol enthousiasme het boek over voedselbos van Crawford aan het verorberen. Jij zegt dat je houtsnippers geeft om de grond te verbeteren, ben je dan niet bang voor stikstofroof? Of is het alleen schors? Of gaat het nu primair om uiteindelijk humus te krijgen en komt de stikstof later via stikstofbindende planten en de fantastische mycorrhizale schimmels?

        Als je het prettiger vindt mag je ook persoonlijk antwoorden naar mijn mail bastiaan@bvo-it.nl. Aan de andere kant verrijken deze gesprekken je blog wel.

        Heel graag kom ik een langer langs voor een rondleiding. Je site zal ik in de gaten houden.
        De werkplaats voedselbossen had ik vlak voor ik jouw blog vond gevonden en mij aangemeld. Wel bedankt voor de tip!

  5. Update/ aanvulling na ongeveer 2 jaar.
    Ik kreeg wat verzoeken om eens een aanvulling/ update te plaatsen met de observaties. Bovenstaande windsingel staat nu zo’n 2 jaar. Er gaat veel goed. Maar een paar dingen kunnen ook beter. Hier een aantal dingen die ik geleerd heb:
    – Hazelaars, elaeagnussoorten, meidoorn enz doen het goed.
    – De grond was slechter dan gedacht. We merken in de singel (maar ook elders) dat planten soms moeite hebben aan te slaan omdat de grond hier gewoon erg arm is. We hebben vanaf het begin steeds alle aanplant flink gemulched en dat helpt de grond rond struiken en bomen te verbeteren. Maar dat kost ook tijd. Je kunt wel 15 cm plantaardig materiaal zoals bladeren, grasmaaisel, houtsnippers enz rond een boom leggen. Maar daar profiteert de boom het eerste jaar nog nauwelijks van. Pas na 2 of 3 jaar komt die voeding echt lekker beschikbaar in de bodem. Bij nieuwe aanplant graaf ik tegenwoordig een groter gat, maak ik de bodem verder los en meng ik altijd wat compost in het plantgat om de plant meteen al wat voeding te geven. Specifiek in de windsingel zie je nu dat de soorten die wat meer voeding/humus/vocht nodig hebben, het lastiger hebben.
    – De grond is droger dan gedacht. De zomers van 2018, 2019 en 2020 waren uitzonderlijk droog. Althans, ten opzichte van de decennia daarvoor. Gezien klimaatafbraak verwacht ik dat dit het nieuwe normaal gaat zijn. Kortere periodes met meer regen en langere periodes met meer droogte. In de windsingel staat o.a. vlier, wilg en krent. Soorten die wel wat extra vocht kunnen gebruiken. Vooral bij de vlier is wat uitval. De wilg en krent en de overgebleven vlier hebben het moeilijk. Ze groeien nauwelijks. Die hoop ik deels op te lossen met mulchen (meer organisch materiaal in de bodem = meer vocht vasthouden). Maar ik overweeg ook er een paar te vervangen door planten die beter tegen deze omstandigheden kunnen. Het is wel een windsingel en planten die in de wind staan drogen sneller uit. Ik zou er een paar kunnen vervangen door soorten die het goed doen. Nadeel is dat ik daarmee een minder sterke bloeiboog krijg. Op dat punt twijfel ik dus nog.
    – We hadden aan de oostelijke kant van de singel het meeste last van wind. Dus daar staan vooral planten die snel groeien en 5 a 6 meter hoog worden. Meer naar het westen hebben we al meer beschutting van de bomen ten westen van onze kavel en van het huis van de buren. Daar staan wat soorten die wat langzamer groeien en/of minder hoog worden. Achteraf merken we in de hele tuin problemen met droogte. We zijn overal als een malle aan het mulchen om de bodem beter te krijgen en meer vocht vast te houden. Maar wind is een belangrijke factor bij uitdroging. Dus overwegen we nu ook aan die westelijke kant nog wat extra te planten om de windsingel hoger en dichter te krijgen.
    – Geduld. Niet mijn sterkste punt. Maar na twee jaar met zulke droge periodes zijn veel struiken gewoon nog niet zo groot. Dus de windsingel houdt eigenlijk nog nauwelijks wind tegen. Het eerste jaar waren de planten aan het wortelen. Het tweede jaar gingen de meeste groeien. Bloei is er nog nauwelijks. Maar ik merk wel dat het ecosysteem langzaam beter wordt. De houtsnippers die we in de hele singel hebben gelegd beginnen goed te verteren. De bodem begint veel meer leven te bevatten. En de planten deden het in het tweede jaar duidelijk beter dan in het eerste jaar. Dus we zijn duidelijk op weg. Maar het is een hele verandering om een arm bacteriedominant graslandje in een paar jaar om te zetten naar een bossig voedselrijk en schimmeldominant gebied. Dat kost tijd.
    Ik zal proberen binnenkort even een paar foto’s te maken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.