Recensie Basisgids Paddenstoelen: zelf paddenstoelen herkennen

Hoewel ik gek ben op de natuur, op tuinieren, op dieren en planten en een eigen voedselbos achter het huis heb aangeplant, ben ik op het gebied van paddenstoelen nog een echte beginner. Ik was dat ook blij toen ik een recensie-exemplaar van Basisgids Paddenstoelen van Thomas W. Kuyper en Nico Dam ontving. Volgens de uitgever laat Basisgids Paddenstoelen de lezer “kennismaken met honderd algemene soorten paddenstoelen van Nederland”. En “De gids is gericht op de herkenning in het veld. Bevat duidelijke beschrijvingen, per soort meerdere (detail) kleurenfoto’s en een toegankelijke sleutel. Daarmee kunnen ook beginners de soorten relatief gemakkelijk op naam brengen.” Dat klinkt goed! Ik ga aan de slag.

Over Basisgids Paddenstoelen en de auteurs

Thomas W. Kuyper en Nico Dam zijn twee ervaren auteurs over paddenstoelen. Eerder schreven ze samen ‘Veldgids Paddenstoelen I’ (over plaatjeszwammen en boleten) en ‘Veldgids Paddenstoelen II’ (over de overige vormgroepen). Daarin beschreven ze samen bijna 1.000 paddenstoelen. Uitgever KNNV vroeg ze om dit keer een toegankelijk boek voor beginners te maken met daarin alleen de 100 meest voorkomende soorten. Per soort is de uitleg kort gehouden zodat er voldoende ruimte is voor meerdere foto’s per soort. 100 soorten lijkt veel, maar dat is nog geen 2 procent van alle soorten paddenstoelen in Nederland. De schrijfstijl van het boek is prettig. Het is duidelijk geschreven door liefhebbers en soms gebruiken ze wat formeel taalgebruik. Maar dat wordt ruimschoots gecompenseerd door de humor die door het boek heen te lezen is. Zo lees ik op bladzijde 5: “Evenmin als in onze eerdere boeken hebben we informatie over eetbaarheid of giftigheid […] opgenomen. Immers, in een basisgids over zoogdieren verwacht je ook geen informatie over de eetbaarheid van ijsberen (eetbaar, behalve de lever vanwege het risico op een overdosis vitamine A) of ratten (eetbaar, doch niet erg smakelijk)”.

Paddenstoelen determineren in mijn achtertuin

Het is eind september. In ons jonge voedselbos groeien overal paddenstoelen waarvan ik de naam niet weet. Dus ik ga aan de slag. Bij nadere inspectie blijkt de tuin vooral vol te staan met één soort dunne paddenstoelen met een grijs hoedje. Ik neem foto’s. Mijn dochter ontdekt tussen school en huis aan een eik een zwam met rode druppels erop. “Het lijkt wel alsof er bloed uit komt!”. Ik neem weer een paar foto’s. ‘s avonds pak ik Basisgids Paddenstoelen erbij en ga ik aan de slag bij het op naam brengen van deze twee soorten.

De ‘toegankelijke sleutel’ voor het op naam brengen van paddenstoelen blijkt een lijst van 110 setjes keuzes te zijn. Ik begin met de paddenstoel waarvan er letterlijk een paar honderd in onze tuin staan. Want als ik er een paar honderd heb, moet dat vast een van de meest voorkomende zwammen zijn! Hier mijn keuzes (ik heb de teksten hier en daar wat ingekort):
1a. Paddenstoelen met hoed […] -> 2
2b. Paddenstoel aan de onderkant met plaatjes -> 9

Dat gaat gesmeerd!
9a. Paddenstoel met opvallend bros vlees (breekt als een krijtje) -> 10
9b. Paddenstoel zonder opvallend bros vlees (breekt met vezels) -> 18

Hmm. Ik heb alleen foto’s en het is donker buiten. Bovendien heb ik geen paddenstoel omgeknakt vanmiddag. Ik meen me te herinneren dat ik ze wel eens omgeknakt heb gezien en dat ze dan buigen en niet afbreken. Dus ik gok b en ga naar vraag 18. De plaatjes zijn wit/grijs en zeker niet geel, oranje of paars, dus ik ga naar 19. Daar besluit ik dat mijn paddenstoel geen ring om de steel heeft en mag zo 7 vragen overslaan.

De koddige zwammetjes in mijn tuin hebben geen ‘opvallende zak aan de basis van de steel’ (27), geen ‘korrelig-schubbig’ gebeuren aan hoed en steel (28), geen ‘opvallende witte strengen’ op de steel (29), en ze groeien niet op dennenappels (30). Ook is de steel niet fluwelig met donsharen (32) en is de hoed niet trechtervormig (33).

Via vraag 37 tot en met 42 kom ik bij vraag 43:
43a. Steel bij beschadiging wit sap (melk) uitscheidend -> Melksteelmycena (pagina 54)
44b. Steel bij beschadiging geen wit sap uitscheidend -> Overige mycena’s (pagina 57)

Aangezien mijn paddenstoelen niet lijken op die op bladzijde 54 (Melksteelmycena) moet ik dus wel een ‘overige mycena’s) hebben. Op bladzijde 57 zie ik 7 foto’s van paddenstoelen die wel wat weg hebben van de mijne, maar het toch nét niet zijn. In de beschrijving lees ik dat er 38 soorten mycena’s zijn. Wellicht heb ik een van die soorten? Ik blijf achter met een gevoel van onzekerheid. Heb ik de sleutel wel goed toegepast of heb ik ergens een verkeerde afslag genomen? Of zou ik het goed hebben gedaan en heb ik inderdaad mycena’s in de tuin?

Poging twee: de zwam met bloeddruppels

Voor mijn tweede poging gebruik ik de foto’s van de forse paddenstoel die uit een zaagwond in een eik op de brink groeit (waarom zagen we toch steeds alle lage takken van bomen af?). Ik schat dat hij zo’n 25 centimeter groot is.

Via vraag 1, 77, 88, 91, 92, 96, 100, 101, 102, 103, 107, 108, kom ik bij 109:
109a: Paddenstoel ongesteeld, geel, duidelijk geschubd -> Gele aardappelbovist (p 124)
109a: Paddenstoel met een steel -> 110

Aangezien mijn zwam duidelijk geen steel heeft, kijk ik op bladzijde 124. Daar tref ik prachtige geelgevlekte bolle zwammen aan. Maar duidelijk niet de paddenstoel op de eik in het dorp.

Inmiddels begin ik een beetje aan mezelf te twijfelen. Op pagina zeven lees ik zes redenen waarom het niet lukt om paddenstoelen op naam te brengen. Daar lees ik dat maar 2 procent van de paddenstoelen in Nederland in het boekje staan, ook al staan de meest voorkomende 100 er wel in. Zou Eext vol zeldzame zwammen staan? Ook lees ik dat het kan zijn dat ik niet goed gekeken heb of de determinatie slordig kan hebben uitgevoerd. Dat zou kunnen. Maar de schrijvers geven ook aan dat er een foutje in de sleutel kan zitten. Wie zal het zeggen?

De paddenstoelenwandeling

Het eerste weekend van oktober. De zondagochtend begint koud, met een waterig zonnetje. Bij het ontbijt besluiten we op paddenstoelenzoektocht te gaan in het bos (Boswachterij Gieten-Borger). Dochter Emily rent van paddenstoel naar paddenstoel. Het hele bos lijkt vol paddenstoelen te staan vandaag! Telkens als we een nieuwe soort spotten, maak ik een paar foto’s. Ik besluit ze niet te breken om te kijken hoe ze knakken er welke kleur sap er dan eventueel uit komt. Aan het eind van de wandeling heb ik zo’n 15 soorten paddenstoelen op de telefoon staan. Hopelijk is het bos representatiever dan een achtertuin met houtsnippers en een gewonde eik op een brink in een Drents dorp.

Die avond pak ik het boek en de foto’s erbij en begin ik te puzzelen. Ik begin met deze:

1,2,9,18,19,20,21 -> honingzwammen (p38). Ik blader naar pagina 38 en daar zie ik mijn paddenstoel! Jeeh!

Ik pak deze foto erbij:

1,77,88,91,92,93,94,95 -> Kleverig koraalzwammetje (p112). En op pagina 112 tref ik inderdaad mijn zwammetje aan!

Ik probeer het nog een paar keer. Soms lukt het een paddenstoel op naam te brengen. Soms niet. Maar ik begin hier handigheid in te krijgen en het zelfs een beetje leuk te vinden. Voor de zekerheid probeer ik de zwam met de bloeddruppels nog een keer. Dit keer neem ik ergens een andere afslag en kom ik bij de Biefstukzwam uit. De beschrijving klopt precies met wat ik aantrof. Dus het is toch gelukt!

Recensie Basisgids Paddenstoelen

Voor een echte beginner, zoals ik, is de determinatiesleutel in Basisgids Paddenstoelen best even wennen. Sommige termen worden niet eerst uitgelegd en moet je als leek maar raden. Dat maakt het in het begin lastig om paddenstoelen goed op naam te brengen. Maar met wat doorzettingsvermogen en een beetje geluk lukt het toch om een flink deel van de paddenstoelen op naam te brengen. En dat is leuk en leerzaam.

Algemeen
Paddenstoelen van een soort kunnen er flink verschillend uitzien afhankelijk van omstandigheden als de standplaats, de leeftijd en het weer. Op het eerste gezicht lijken sommige paddenstoelen in het veld niet op die in het boek. Maar bij nadere inspectie zijn ze toch hetzelfde. Je moet daar echt even oog voor ontwikkelen.

Het is me inmiddels gelukt een flink aantal paddenstoelen op naam te brengen. Toch blijft er bij mij ergens een kleine twijfel. Wellicht omdat we leren dat sommige paddenstoelen eetbaar zijn en andere erg giftig. Die aangeleerde extra voorzichtigheid en drang tot zeker weten heb ik bij planten niet. Toch vind ik het nog wat te vroeg om van de zelf-gedetermineerde paddenstoelen te knabbelen voorlopig.

Voordelen

  • Alleen de 100 meest voorkomende paddenstoelen van Nederland; geen wir-war aan soorten.
  • Handzaam en prettig geschreven

Nadelen

  • Alleen de 100 meest voorkomende paddenstoelen van Nederland; je kunt er een treffen die niet in het boek staat.
  • Wat doorzettingsvermogen en geluk nodig bij het determineren van paddenstoelen

Specificaties van het boek

  • Titel: Basisgids Paddenstoelen
  • Auteurs: Thomas W. Kuyper, Nico Dam
  • Gepubliceerd in: september 2019
  • Uitgeverij: KNNV Uitgeverij
  • Aantal pagina’s: 128
  • ISBN-13: 9789050117074
  • Formaat: paperback – full colour

Remi van Beekum on LinkedinRemi van Beekum on Twitter
Remi van Beekum
Ondernemer @ Kiemfabriek
Ondernemer @ Kiemfabriek | online communicatie voor duurzame/sociale bedrijven | gitaarmuziek | duurzaamheid | permacultuur/voedselbos de Hommelgaard | vader van Emily | man van Cecile | Eext/Drenthe | INTP

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.